Categorie: communicatie | Gepubliceerd: 25 september 2017

Rijkswaterstaat ontwikkelt pictogrammen voor afvalscheiding

Klaar communiceren met kleurcodes

Wie buiten de eigen gemeente komt, kan ineens verrast worden door een ander afvalscheidingsbeleid. Met eenduidige kleuren en communicatie is echter meer scheidingsrendement te behalen. Rijkswaterstaat helpt gemeenten en andere organisaties een handje.

overzicht ontwerpen afvalscheiding-01.pngEr zijn pictogrammen voor de vijf grote afvalstromen, met variaties voor de verschillende samenstellingen van de kunststof- en pmd-stroom.

Er zijn vele wegen naar Rome, en zo ook naar de Vang-doelstellingen. Iedere gemeente mag in principe voor zichzelf bepalen hoe deze te halen. Maar dat betekent niet dat iedere gemeente zelf het wiel uit hoeft te vinden. Er is al immers al veel bestaande kennis over afvalscheiding. Rijkswaterstaat (RWS) ontwikkelde daarom op basis van die kennis en nieuw onderzoek een set afvalpictogrammen. De pictogrammen zijn rechtenvrij beschikbaar gesteld voor gemeenten, bedrijven en organisaties en moeten zorgen voor betere herkenbaarheid en uniformiteit bij afvalscheiding.

In eerste instantie zijn er pictogrammen voor vijf afvalstromen: restafval, glas, papier, gft en kunststof/pmd. Jacobine Meijer, adviseur afval bij RWS legt uit dat dit de meest voorkomende afvalstromen zijn die zowel thuis als onderweg, op het werk en op school vrijkomen. Iconen voor andere afvalstromen, zoals textiel, olie en vet en afgedankte elektronica, komen mogelijk later. Er wordt gewerkt met de kleuren die volgens onderzoek van ontwerpbureau Mijksenaar het meest ingeburgerd zijn: blauw voor papier, groen voor gft, oranje voor kunststof en pmd, geel voor glas en grijs voor restafval.

Blik versus metaal

Opvallend: de term pmd is niet terug te vinden in de pictogrammen. Uit onderzoek van Kantar (voorheen TNS-Nipo)  blijkt namelijk dat deze afkorting nog nauwelijks bekend is onder het grote publiek. Daarom zijn de diverse vormen van de stroom (in wisselende samenstellingen en bewoordingen) uitgeschreven op de pictogrammen. Ook de uitgeschreven varianten sluiten echter niet aan op de afkorting. De termen ‘drinkpakken’ en ‘blik’ blijken namelijk beter begrepen te worden dan ‘metaal’ en ‘drankenkartons’. Meijer: “Omdat nog niet duidelijk is hoe de stroom zich zal ontwikkelen, hebben we besloten om nu alleen de termen te gebruiken die mensen het beste begrijpen.”

Ook de andere conclusies uit de vooronderzoeken kunnen relevant zijn voor gemeenten en bedrijven. Zo kan het pictogram voor een afvalstroom het beste één product uit die stroom zijn, want dat zorgt voor een snellere herkenning in verschillende situaties dan meerdere producten. Gft is weliswaar een goed ingeburgerde afkorting, maar er wordt significant beter gescheiden wanneer de term ‘gft en etensresten’ gehanteerd wordt. Daarentegen werkt de term ‘papier’ juist beter dan ‘papier en karton’. In het laatste geval worden drankenkartons namelijk vaker bij het papierafval weggegooid.

Meer dan een pictogram

Concrete toezeggingen over het gebruik van de pictogrammen heeft Rijkswaterstaat nog niet, maar de interesse is groot. Inmiddels zijn de pictogrammen bijna honderd keer gedownload en komen er elke week nieuwe aanvragen binnen. Naast veel gemeenten hebben ook onder meer communicatiebureaus, afvalcontainerleveranciers en appbouwers interesse. Wie de pictogrammen wil hebben, moet een kort formulier invullen en aangeven waar de pictogrammen voor gebruikt zullen worden. Daarmee monitort Rijkswaterstaat wie ze gebruikt en waarvoor.

Pieter Paul Verheggen is wel te spreken over de pictogrammen. Als directeur van marktonderzoeksbureau Motivaction houdt hij zich dagelijks bezig met de vraag hoe het gedrag van burgers positief is te beïnvloeden. “De pictogrammen sluiten aan bij de heersende kleurcodes, dat is heel erg verstandig. En binnen de context van een afvalcontainer is duidelijk wat ze aangeven. Maar mensen gaan niet op basis van een logo hun gedrag veranderen.” Daarvoor moet meer gebeuren. Verheggen benadrukt dat er maatwerk nodig is en er geen one size fits all methode is die overal toepasbaar is.  Wel zijn er drie effectieve aanpakken voor het veranderen van gedrag: inzicht bieden door middel van voorlichting, makkelijk maken en handhaven.  Dat uitleggen kan bijvoorbeeld via communicatie in lokale media, terwijl het gebruik van de juiste container voor de behuizing van een gezin geschikt is om het mensen makkelijk te maken afval te scheiden. En voor de derde groep? Verheggen: “Ik kan me voorstellen dat er wijken zijn waar je minder tolerant kan optreden en boetes moet opleggen.” Daarnaast zou hij graag meer scheidingsmogelijkheden buitenshuis zien. “Op Schiphol en in het buitenland zie je al veel afvalbakken met verschillende openingen. Dat maakt het de consument makkelijk om afval te scheiden.”

Gelukkig ziet Rijkswaterstaat ook in dat je met alleen een pictogram op een afvalbak er nog niet bent. Daarom krijgen gebruikers richtlijnen voor gebruik mee, zodat de pictogrammen zo effectief mogelijk ingezet kunnen worden. Ook kunnen organisaties de vernieuwde Richtlijn herkenbare afvalscheiding gebruiken. Rijkswaterstaat raadt hierin onder meer aan om containers op goed vindbare plaatsen neer te zetten, de locaties schoon te houden, en ook maatregelen te nemen voor afvalpreventie.


Vakblad Afval! augustus 2017 (nummer 5)


Auteur: Lydia de Leeuw