Categorie: Ketens en markten | Gepubliceerd: 27 mei 2026

Circulair systeem voor hout strandt

Icoonproject in retourlogistiek Wood Loop liet zien dat hoogwaardige recycling van spaanplaat, MDF en ander AB-hout binnen een gesloten keten technisch, logistiek en operationeel haalbaar is. Volgens de initiatiefnemers is het echter niet kostendekkend te exploiteren.

Meubelsmakers houden veel hout over dat prima een circulaire bestemming kan krijgen, maar wie wil daar ook voor betalen? Onder de huidige omstandigheden te weinig partijen, concluderen de initiatiefnemers van Wood Loop.
Meubelsmakers houden veel hout over dat prima een circulaire bestemming kan krijgen, maar wie wil daar ook voor betalen? Onder de huidige omstandigheden te weinig partijen, concluderen de initiatiefnemers van Wood Loop.

‘Nederland is nog niet klaar voor Wood Loop’. Met dat statement maken de initiatiefnemers van het circulaire systeem van hout bekend dat ze ermee stoppen. Drie jaar geleden richtte de branchevereniging voor interieurbouw en meubelindustrie (CBM) Wood Loop op. Hun leden gebruiken jaarlijks zo’n 635 kiloton hout. Hiervan gaat ruim 20 procent verloren tijdens het productieproces. Het leeuwendeel betreft MDF en spaanplaat. Om dat verlies terug te brengen, zette CBM samen met Baars & Bloemhoff als houtleverancier en Unilin als producent van plaatmateriaal een gesloten systeem op om de houtstromen in de kringloop te houden.

Hoewel het circulaire systeem voor bronscheiding, retourlogistiek en herverwerking naar behoren functioneerde (er zijn bijna 15.000 kratten met productieafval opgehaald) en er sinds de start 8,7 miljoen kilo CO2-reductie is gerealiseerd, strandt het nu toch. De initiatiefnemers stellen dat de kosten van het systeem op dit moment niet binnen de keten worden terugverdiend. De waarde van de teruggewonnen grondstof blijft achter, terwijl de investeringen in logistiek en verwerking relatief hoog zijn. Daarmee blijkt de prijs van duurzaamheid voor de markt op dit moment nog te hoog.

Belemmerende wet- en regelgeving

Wat niet helpt is dat Wood Loop tegen juridische belemmeringen aanloopt, met name rondom (internationaal) transport van materiaalstromen. Hoewel er in Nederland een uitspraak ligt dat het ingezamelde hout geen afval maar grondstof betreft, wordt deze status niet in andere Europese landen erkend. Dit leidt tot complexe situaties waarbij materiaal alsnog onder afvalregelgeving valt, inclusief aanvullende administratieve lasten en beperkingen. Deze inconsistentie in regelgeving maakt efficiënte grensoverschrijdende verwerking lastig en onnodig kostbaar. Volgens de initiatiefnemers staat Wood Loop hierin niet op zichzelf, vergelijkbare circulaire initiatieven lopen vaker tegen deze systeemgrenzen aan.

Onder de huidige omstandigheden is het niet verantwoord om het systeem verder uit te rollen, stellen ze. Concreet betekent dit dat deelnemers aan het systeem geen Wood Loop-kratten meer kunnen bestellen, waarmee ze hun houtresten kunnen afvoeren, én dat na 1 juni 2026 alle volle en lege kratten worden opgehaald. De initiatiefnemers zeggen zich te realiseren dat dit besluit gevolgen heeft voor de huidige deelnemers. Voor hen betekent dit natuurlijk dat zij op zoek moeten naar alternatieve oplossingen voor hun houtreststromen.

Het stoppen van Wood Loop mag voor betrokkenen dan een domper zijn, volgens de initiatiefnemers betekent het besluit geen einde van de kennis. De opgedane inzichten bevestigen dat het systeem werkt en toekomstpotentieel heeft, als de economische en juridische randvoorwaarden verbeteren.

Snel na de start pleitte Wood Loop er in een gesprek met voormalig milieustaatssecretaris Vivianne Heijnen nog voor dat biomassa in de toekomst mee kan tellen voor CO2-credits of in het ETS-systeem opgenomen wordt. Momenteel kunnen partijen die hout als brandstof gebruiken namelijk vaak een hogere prijs bieden dan bedrijven die hout als grondstof hergebruiken, maar via CO2-credits of ETS zou dit verschil overbrugd kunnen worden. Op deze manier verwacht Wood Loop deelnemers in de toekomst meer te kunnen compenseren voor hun inspanningen.