Het importeren van metaalconcentraat zoals Overdie Fines dat al jaren doet, mag niet meer als het aan Inspectie Leefomgeving en Transport ligt. Het is namelijk bodemas, stelt de overheidsorganisatie. Maar hoe kijkt de rechter daarnaar?
Is het bodemas of niet? Deze vraag stond centraal tijdens de zitting donderdag (16 juli) bij de Raad van State. Overdie Fines vroeg daar om een voorlopige voorziening terwijl haar bezwaarprocedure loopt tegen twee besluiten van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Vanwege deze besluiten kan het bedrijf geen metaalconcentraat importeren en liggen er duizenden kilo’s van het concentraat bij Veolia in België. De overheidsorganisatie merkt de fractie namelijk aan als bodemas. Onterecht, vindt Overdie Fines.
Tijdens de zitting legt Overdie Fines uit dat het metaalconcentraat een nieuwe fractie is. Uit het bodemas wordt in België 8 procent ferro-metaal gehaald en 2 procent non-ferrometaal. Die 2 procent gaat naar Overdie, die het vervolgens verder verwerkt. Het bedrijf benadrukt dat ze dit al jaren zo doen.
Maar volgens de ILT is de herkomst van de metaalfractie relevant en zijn de regels van bodemas van toepassing. Ze ziet dan ook de verdere verwerking door Overdie als een verdere verwerking van bodemas. Wat meespeelt is dat volgens de ILT het beleid is veranderd, waardoor de fractie nu onder de regels van het Circulair Materialenplan (CMP) voor bodemas valt. De regels waren ter consultatie gelegd en Overdie had er dus kennis van kunnen nemen, vond ILT. Maar het bedrijf gaf aan daar niet naar gekeken te hebben, omdat ze geen bodemasverwerker zijn. Volgens Overdie is het CMP voor metaal van toepassing op zijn werkzaamheden. Overigens bleef het tijdens de zitting onduidelijk wat er nu precies veranderd is in het beleid.
De uitspraak kan nog even duren. De ILT wil namelijk eerst nog een hoorzitting houden. Na de hoorzitting wil de ILT binnen zes weken een besluit nemen. De schriftelijke uitspraak van de rechter volgt over twee weken.