Op 15 april is het Besluit verbranden afvalstoffen (BVA) van kracht geworden. Dit besluit schoeit de emissie-eisen uit de Europese richtlijn Verbranden Afvalstoffen op nationale leest. Het heeft overigens ruim twee jaar geduurd voordat het ontwerpbesluit werd omgezet in het definitieve besluit. Door enkele kabinetswisselingen is het besluit controversieel verklaard en heeft het een tijd bij de Raad van State gelegen. Nederland heeft zelfs een officiële waarschuwing uit Brussel gekregen omdat het te traag werd omgezet in Nederlandse wetgeving. Nu zou je zeggen dat als er zo lang aan is gewerkt, het een hoogstandje is geworden. Helaas is dit niet het geval; de eisen die in de Nederlandse BVA zijn gesteld, gaan verder dan de Europese richtlijn, waardoor er verschillen blijven bestaan tussen Nederland en de ons omringende landen. Door de late publicatie van het besluit komen diverse bedrijven ook nog in de problemen omdat ze weinig tijd hebben om alle aanpassingen door te voeren. Sommige bedrijven moeten zelfs ongepland uit bedrijf. Voor nieuwe initiatieven geldt de BVA onmiddellijk terwijl bestaande installaties per eind 2005 moeten voldoen aan de nieuwe emissie-eisen. Momenteel werkt VROM aan een handleiding, die zowel het besluit zelf als de praktische toepassing ervan moet uitleggen. In mei 2003 zou een concept worden vrijgegeven zodat de betrokkenen genoeg tijd hadden om hierop te reageren. Uiteindelijk verscheen het concept pas afgelopen oktober waarna er binnen enkele dagen op gereageerd moest worden. Na bestudering van deze handleiding bleek deze ook nog aanscherpingen te bevatten die het bevoegde gezag in de vergunningen kan opnemen. Verder bleek dat er een verschil zat tussen het ontwerpbesluit en de uiteindelijke BVA, dat op dat moment nog niet openbaar was. Hierdoor bleek het bijna onmogelijk om de concepthandleiding goed te beoordelen.
Nu het BVA eindelijk van kracht is, blijkt dat bedrijven die een nieuwe milieuvergunning nodig hebben ook nog op andere problemen kunnen stuiten. Als een derde instantie zoals bij voorbeeld de milieubeweging, de nieuwe vergunning aanvecht, bestaat de mogelijkheid dat deze wordt vernietigd. In dat geval betekent het voor het bedrijf dat ze op dat moment zonder vergunning opereren en hun activiteiten zouden moeten stoppen. De meest recente ontwikkeling is dat de betreffende beschikkingen kunnen worden vernietigd op last van de Raad van State als een aanvraag niet is getoetst aan de Europese IPPC-richtlijn, de richtlijn die de kaders voor controle en beheer van activiteiten die mogelijk schadelijke gevolgen kan hebben voor het milieu. Voor de bedrijven is het van belang dat naast de milieutechnische haalbaarheid ook op de economische haalbaarheid wordt gelet opdat het wel uitvoerbaar blijft in een concurrerende markt. Kortom het lijkt allemaal toch weer wat strenger te moeten in Nederland. Ook hier lijkt het erop dat wij weer het beste jongetje van de klas willen zijn.
Vakblad Afval! mei 2004 (nummer 4)