Categorie: Column | Gepubliceerd: 11 juli 2004

De Europese agenda; van woorden naar daden

Nederland is het komende half jaar voorzitter van de Europese Unie. Hoog tijd om te kijken wat de afvalsector van dat voorzitterschap kan verwachten en welke bijdrage de afvalsector kan leveren aan het succes ervan?
Minister Brinkhorst van economische zaken zal zich vooral richten op het zogenoemde Lissabon Akkoord, waarin staat dat de Europese Unie in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie van de wereld wil zijn. Hieraan zal de minister ongetwijfeld nog een andere ambitie paren. Als Europeaan in hart en nieren zal hij ook inzetten op verdere duurzame economische ontwikkeling, één van de belangrijke kernwaarden van de Europese Unie én van Brinkhorst zelf.
Opmerkelijk is dat ook het ministerie van VROM het Lissabon Akkoord omarmt, en wel onder het motto 'Milieu als kans'. VROM wil economie en milieu bij elkaar brengen en innovaties op milieugebied kunnen bijdragen aan de geambieerde kenniseconomie. VROM wil dit bereiken door concrete Europese projecten te benoemen, die een bijdrage leveren aan de afspraken in het Lissabon Akkoord. Het ministerie denkt daarbij aan efficiënte eco-innovaties, zoals bijvoorbeeld het gebruik van stoomtechnologie voor het omzetten van restafval in brandstof.
De Europese agenda's van VROM en EZ zijn fors maar sluiten zeker aan bij het ambitieniveau van de afvalsector. Tenslotte is de afvalsector een kapitaal- en kennisintensieve sector, waar veel geïnvesteerd is in nieuwe technieken om hoge milieurendementen te koppelen aan economische doelen. Nederland is op dit moment in Europa nog een van de koplopers als het gaat om hoge rendementen, nuttige toepassing en verantwoorde verwerking van afval. De overheid en de investeringsbereidheid van afvalbedrijven hebben flink aan bijgedragen dat Nederland nu een hoogwaardige afvalinzamelings- en verwerkingsstructuur heeft.
De afgelopen jaren is het investeringsklimaat echter drastisch verslechterd in Nederland. De marges van inzamelaars staan onder druk, composteerbedrijven houden hun hart vast bij nieuw beleid en afvalverbranders stellen investeringen uit als gevolg van een instabiele afvalmarkt. De vraag doet zich voor hoe lang Nederland haar hoogwaardige afvalinzamelings- en verwerkingsstructuur zal behouden. De afvalsector zou zich daarom veel liever bezighouden met de vraag hoe deze structuur verder uitgebouwd en geëuropeaniseerd kan worden. Nu lijkt het er nog te veel op dat afvalbedrijven hun wedstrijd moeten spelen op een glooiend vlak, met onderling verschillende spelregels en dat allemaal onder leiding van een meespelende scheidsrechter.
De afvalsector pleit al jaren voor verdergaande harmonisatie van Europese wet- en regelgeving om zo een gelijkmatige liberalisering van de markt mogelijk te maken. Met het Nederlandse voorzitterschap ligt er weer een kans om deze gedachte nieuw leven in te blazen. Een gelijk speelveld als voorwaarde voor een investeringsklimaat waar innovatie tot leven komt. Een kans ook om EZ en VROM te steunen in de overtuiging dat zij een belangrijke nieuwe impuls kunnen geven aan het realiseren van een gelijk Europees speelveld. Hopelijk zijn zij het komende half jaar in staat dat doel ook werkelijk dichterbij brengen en te voorkomen dat hun inzet slechts leidt tot een nauwelijks waarneembare rimpeling in een zee van mooie woorden.


Vakblad Afval! juni 2004 (nummer 5)


Auteur: André Donders
is directeur van de Vereniging Afvalbedrijven