Een groot deel, ongeveer de helft, van het afval dat in afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) wordt verwerkt, valt in de categorie 'biomassa'. Bij een totale jaarlijkse afvaldoorzet van zo'n vijf miljoen ton, is energie uit afval dan ook één van de meest omvangrijke bronnen van duurzame energie in Nederland. Al jaren leveren de Nederlandse AVI's bijna eenderde deel van de totale binnenlandse productie.
Als men de doelstellingen voor de productie van duurzame energie waaraan Nederland is gehouden in ogenschouw neemt, zou men zeggen dat de overheid blij moet zijn met een dergelijke significante en stabiele bron. Die AVI's zijn namelijk hard nodig om deze doelstellingen te halen!
De realiteit van de huidige MEP-regeling (subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie) laat echter een ander beeld zien. Doordat binnen deze regeling de randvoorwaarden voor AVI's zo zijn gesteld, dat investeren in meer energie uit afval grote financiële risico's met zich meebrengt, is een groot aantal investeringsplannen in de ijskast gezet. De meest in het oog springende belemmering hierbij is wel de voor de AVI's geldende rendementseis. Deze houdt in dat AVI's energie moeten opwekken met een zogenoemd minimum energetisch rendement van 26 procent. Dit is maar een paar procentpunten hoger dan wat in de huidige praktijk het geval is, maar het maakt, zowel op technisch als op financieel gebied, een wereld van verschil. De grens zo hard stellen zorgt ervoor dat investeerders zich nog eens achter de oren krabben voordat zij aan een dergelijk project beginnen. Want wat gebeurt er als je tegen hoge meerkosten uiteindelijk 'slechts' een rendement van 25,5 procent weet te behalen?
De Vereniging Afvalbedrijven is dan ook blij om te vernemen dat haar zienswijze nu door de overheid wordt gedeeld. In de brief die minister Brinkhorst van economische zaken in augustus naar de Tweede Kamer stuurde, onderkende hij dat er binnen de MEP-regeling voor AVI's uitgangspunten worden gehanteerd die belemmerend werken bij de realisatie van nieuwe projecten. Hij stelt daarom voor om de bovengenoemde harde rendementseis te vervangen door een variabele, waarbij er bij een lager rendement minder MEP-subsidie per geproduceerde kilowattuur wordt uitbetaald.
De Vereniging Afvalbedrijven vindt de aanbeveling van de minister een forse stap in de goede richting en ziet een snel vervolg met de verantwoordelijke ministeries dan ook graag en met belangstelling tegemoet. Naast het afgeven van deze hoofdzakelijk gunstige adviezen is een snelle behandeling ook een goed signaal naar de markt. Het is bemoedigend te weten dat de doelstellingen van de afvalsector en die van de minister van economische zaken op dit punt hand in hand gaan.
Vakblad Afval! oktober 2004 (nummer 7)