VROM wil economie en milieu bij elkaar brengen. Innovaties in het milieu kunnen namelijk bijdragen aan de ambitie van de Europese Unie om in 2010 de meest competitieve en dynamische kennisgebaseerde economie ter wereld te zijn. VROM gaat in dit verband onderzoeken welke politieke keuzen gemaakt kunnen worden teneinde efficiënte eco-innovaties te stimuleren en barrières weg te nemen. De Europese IPPC-regelgeving lijkt dit nobele streven echter in de wielen te rijden. IPPC staat voor geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. Uit de praktijk blijkt echter dat de Nederlandse vergunningverlener de IPPC-richtlijn rigide toepast. In plaats van naar de emissiewaarden te kijken zoemt men in op 'best beschikbare technieken'.
Nederland kan en mag toch trots zijn op haar milieustandaarden! De overgrote meerderheid van de industrie voldoet aan de strenge emissie-eisen die in Nederland gelden. Dit succes is mede te danken aan de constructieve aanpak van overheid en bedrijfsleven samen. De overheid stelt de norm vast en bedrijven bepalen hoe ze deze waarden zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen bereiken. Deze aanpak stimuleert ondernemerschap, innovatie en duurzame ontwikkeling. De wijze waarop de vergunningverlener op dit moment de IPPC-richtlijn toepast, werkt door in de bedrijfsstrategie van bedrijven. De overheid aan tafel in de directiekamer! Dat is onacceptabel.
Er is echter nog een tweede reden waarom de vergunningverlener zéér terughoudend zou moeten zijn in het refereren aan of voorschrijven van technieken. Zeker als het gaat om de technieken uit de referentiedocumenten die door het speciaal daarvoor ingestelde IPPC-bureau bijeen zijn gesprokkeld.
De totstandkoming van deze documenten geschiedt namelijk op ondemocratische wijze, is niet transparant en subjectief. Wij hebben in de totstandkoming van het referentiedocument voor de afvalverbranders moeten vaststellen, dat belangengroeperingen zoals leveranciers en milieubewegingen alles op alles zetten om technieken tot 'Best Beschikbaar' te laten verklaren. Enige objectieve, democratische of wetenschappelijke basis ontbreekt. Bovendien komt het tempo waarin de referentiedocumenten er voor besluitvorming doorheen worden gejaagd zeker niet ten goede aan de kwaliteit ervan.
Wij steunen daarom het initiatief van staatssecretaris Van Geel om een algemene discussie in Europa aan te zwengelen over de mogelijkheden om bij regelgeving méér aan te sluiten bij initiatieven van het bedrijfsleven zelf en overeenstemming te bereiken over de aanpassingen van de Europese regels. Het moge duidelijk zijn dat de IPPC-richtlijn in dit verband topprioriteit verdient. Dit is in het kader van investeringsklimaat en vermindering van administratieve lastendruk echt van groot belang. De uitvoering van de IPPC-richtlijn werkt in de praktijk belemmerend op nieuwe investeringen en lijkt een heilloze weg. Dit is het paard achter de wagen spannen.
Vakblad Afval! november 2004 (nummer 8)