Categorie: beleid & uitvoering | Gepubliceerd: 01 juli 2019

Kabinet presenteert Klimaatakkoord

Het kabinet heeft in het Klimaatakkoord de CO2-heffing voor de industrie verder uitgewerkt. Er is (nog) geen ontheffing voor CO2 die afgevangen wordt.

Het kabinet heeft vrijdag het Klimaatakkoord vastgesteld. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat heeft het aan de Tweede Kamer gestuurd. Met de in het akkoord afgesproken maatregelen moet in 2030 een CO2-reductie van 49 procent bereikt worden (ten opzichte van 1990). Dit kan zelfs meer worden, want hoewel Nederland nu uitgaat van 49 procent, pleit het in Europa voor een broeikasgasreductie van 55 procent in 2030.

CO2-heffing

Belangrijkste maatregel voor de afvalsector is de invoering van een CO2-heffing voor de industrie. Wiebes spreekt van een "verstandige CO2-heffing" voor de industrie, die bedrijven moet stimuleren om hun CO2-uitstoot te verminderen. Vanaf 2021 moet 30 euro per ton betaald worden en het tarief loopt lineair op naar 125-150 euro per teveel uitgestoten ton CO2 in 2030. Het tarief is in inclusief de ETS-prijs. Het exacte prijspad wordt nog vastgesteld - het PBL moet hiervoor nog het een en ander doorrekenen.

In principe gaat het om een heffing op vermijdbare tonnen CO2. Voor de afvalsector komt het voorlopig echter neer op een platte taks, want bijvoorbeeld afgevangen CO2 wordt voorlopig nog niet in mindering gebracht. Het Rijk spant zich volgens het akkoord wel in voor het ontwikkelen van een rechtsoordeel voor de niet-afvalstatus van CO2. Daarmee kunnen regionale omgevingsdiensten beoordelen of CO2 die wordt afgevangen door afvalenergiecentrales en ingezet in de glastuinbouw in aanmerking komt voor de niet-afvalstatus.

De regering benadrukt dat de heffing niet bedoeld is om opbrengsten te genereren, maar om bedrijven aan te zetten de investeringen in Nederland te doen. Mocht de heffing toch opbrengsten genereren, dan worden die via een terugsluis ingezet voor vergroening van de industrie.

Biomassa

Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor biomassa in het realiseren van de klimaatopgave. Op termijn zal biomassa naast als energiebron ook in toenemende mate als materiaal en grondstof kunnen gaan dienen. Om zo optimaal en efficiënt mogelijk gebruik te maken van de beschikbare hoeveelheid biomassa wordt gebruik gemaakt van cascadering.

In het wegvervoer zet het kabinet in op minder uitstoot door innovatieve biobrandstoffen, schrijft Wiebes in zijn Kamerbrief. "Veel biobrandstoffen worden nu al uit afvalstoffen en residuen geproduceerd. De toename in biobrandstoffen moet overwegend worden gehaald uit duurzame reststoffen (met inbegrip van cascadering)." Alle partijen in het akkoord zijn overeengekomen dat voor het realiseren van de hernieuwbare energiedoelstelling voor transport in ieder geval niet meer additionele biobrandstoffen uit voedsel- en voedergewassen in Nederland worden ingezet dan het niveau van 2020.

Verder zal het kabinet extra investeren in maatregelen op het gebied van circulaire economie en wil het kabinet een kader ontwikkelen voor duurzame biomassa, waarvoor duurzaamheidscriteria worden opgesteld. Oplevering van het duurzaamheidskader is voorzien in het eerste kwartaal 2020, waarna besluitvorming door het kabinet volgt.

Voedselverspilling

Het kabinet streeft ook naar een aanpak van voedselverspilling. In aansluiting op de Taskforce Circular Economy in Food stellen partijen zich ten doel om de voedselverspilling bij de consument, inclusief de voedselverliezen in de keten, in Nederland in 2030 te halveren ten opzichte van 2015. Daarnaast wordt een Carbon Footprint (CFP) ontwikkeld als monitorings- en vergelijksingsinstrument en spant de regering zich in om het consumptiepatroon van Nederlanders klimaatvriendelijker te maken. De Rijksoverheid neemt deel als voedselafnemer (via de bedrijfscatering), treedt op als (mede-)financier en draagt bij aan kleinschaliger initiatieven. De VNG streeft ernaar om in zoveel mogelijk gemeenten en/of regio’s living labs te realiseren om maatschappelijke coalities te bouwen om voedselverspilling tegen te gaan.