Categorie: hergebruik | Gepubliceerd: 17 januari 2020

Waterschap vraagt om soepelere regels maaiselgebruik

Waterschap Brabantse Delta vraagt het ministerie van Infrastructuur en Waterschap om de regels voor het gebruik van maaisel van oevers, bermen en natuurgebieden te versoepelen.

Het waterschap en partners binnen het streeknetwerk Landstad De Baronie willen het maaisel lokaal fermenteren of composteren zodat ze het als bodemverbeteraar kunnen gebruiken. Volgens de huidige wetgeving is het echter niet toegestaan om maaisel na bewerking als organische stof te gebruiken in de directe omgeving. De bewerking moet door gespecialiseerde bedrijven gebeuren, wat wel voor meer transportbewegingen met bijbehorende emissies zorgt. Door het maaisel lokaal in te zetten worden deze emissies voorkomen.

Een ander voordeel volgens het waterschap is dat door het fermentatieproces onkruidzaden onschadelijk worden gemaakt en zo niet verspreid worden over het land. Daarnaast is een natuurlijke bodemverbeteraar van belang voor het vasthouden van voldoende water. Dat belang is duidelijk na de droge zomers van 2018 en 2019.

Brief

De partners hebben een brief gestuurd aan het ministerie van IenW, met de vraag deze regelgeving te versoepelen. De brief is getekend door het waterschap Brabantse Delta en alle gemeenten binnen Landstad De Baronie: Breda, Oosterhout, Etten-Leur, Rucphen, Zundert, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Daarnaast heeft ook de gemeente Gilze en Rijen de brief ondertekend.

Overbemesting

Het Nutriënten Management Instituut (NMI) deed in 2017 onderzoek naar het direct afzetten van berm- en slootmaaisel in de omgeving. De conclusie is dat hiermee kringlopen eenvoudig gesloten kunnen worden, maar dat er ook een risico is op overbemesting, waarbij stikstof- en fosfaatnormen overschreden kunnen worden. Omdat deze nutriënten niet worden meegerekend in de meststoffenboekhouding dragen ze bij normale bemesting bij aan overschotten van deze stoffen in de bodem.