Categorie: Diversen | Gepubliceerd: 28 juli 2020

Monitoring inhoud restafvalzak: niet spectaculair, wel nuttig

Het Nederlands huishoudelijk restafval bestond in 2018 voor 31 procent uit gft en ondefinieerbare rest, voor 19 procent uit papier en karton en voor 13 procent uit plastic.

Samen vormen deze drie componenten bijna twee derde van het Nederlands huishoudelijk restafval. Van de relatief kleinere hoofdcomponenten zijn incontinentiemateriaal en textiel met 8,3 procent en 5,9 procent de grootste. Dat blijkt uit de publicatie Samenstelling van het huishoudelijk restafval van Rijkswaterstaat. Eureco koppelde hiervoor informatie uit een representatieve steekproef uit 2019 aan de resultaten van sorteeranalyses uit 2017 en 2018 om te komen tot een driejaarlijks gemiddelde van 2018. In de publicatie zet Rijkswaterstaat dit driejaarlijks gemiddelde af tegen de driejaarlijks gemiddelden van eerdere jaren zodat een ontwikkeling in de samenstelling zichtbaar wordt.

Is er dan veel veranderd in de samenstelling van het restafval de afgelopen jaren? Niet als je het driejaarlijkse gemiddelde van 2018 vergelijkt met het driejaarlijkse gemiddelde van 2017. Dan nemen de hoeveelheden gft (-1 procentpunt),  kunststoffen (- 1 procentpunt) en ferro (-0,3 procentpunt) in het restafval iets af en de hoeveelheden incontinentiemateriaal (+0,8 procentpunt), glas (+0,1 procentpunt), textiel (+0,1 procentpunt)en kca (+0,02 procentpunt) iets toe. De overige stromen bleven stabiel.

Uitzoomen

Duidelijkere trends zijn zichtbaar als er uitgezoomd wordt naar alle cijfers van de laatste 40 jaar. Zo heeft de gescheiden inzameling van gft begin jaren ’90 het aandeel van deze component in het restafval duidelijk doen afnemen en daarmee dat van andere componenten doen stijgen. Verder is duidelijk dat gft en papier en karton de omvangrijkste stromen blijven in het restafval. Begin jaren ’80 hebben kunststoffen wel glas verdrongen van de derde plaats. Tot 2008 nam het aandeel kunststof toe.

Vanaf 2009 is er gedurende enkele jaren een duidelijke afname te zien. Dit kan verklaard worden door de brongescheiden inzameling van kunststofverpakkingen die in het kalenderjaar 2010 is ingevoerd. Incontinentiemateriaal is vanaf halverwege de jaren '80 in het restafval te vinden waarbij het aandeel toenam tot ruim 10 procent in 1996. Na de eeuwwisseling is het aandeel gaan dalen en sinds 2005 lag het rond de 5 procent. Vanaf 2010 stijgt het aandeel weer. De overige hoofdcomponenten zijn in relatie tot het totaal redelijk stabiel.

Nuttige cijfers

Kennis van de samenstelling van het huishoudelijk restafval is nodig voor de onderbouwing en evaluatie van het afvalstoffenbeleid zoals dat is vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan (Lap3). Het beleid is gericht op het gescheiden inzamelen van recyclebare componenten. De aanwezigheid van dergelijke componenten in het huishoudelijk restafval zegt iets over het succes van dit beleid. De hoeveelheid van een component in het huishoudelijk restafval plus de hoeveelheid die gescheiden wordt ingezameld, maken het mogelijk om scheidingspercentages vast te stellen en af te zetten tegen de beleidsdoelstellingen uit het landelijk afvalbeheerplan.

Gemeenten kunnen de gegevens van de sorteeranalyse gebruiken om de samenstelling van het gemeentelijke afval, gebaseerd op lokale sorteeranalyses, te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De cijfers worden ook gebruikt voor de emissieregistraties van huishoudelijk afval.

Meer weten over Rijkswaterstaat Leefomgeving (RWS)?

» Bekijk de profielpagina op AfvalOnline of ga direct naar de website

Gerelateerde artikelen