Categorie: beleid & uitvoering | Gepubliceerd: 26 januari 2021

Landelijk afvalbeheerplan wordt Circulair materialenplan

Het huidige Lap3 wordt opnieuw gewijzigd. Daarnaast werkt demissionair staatssecretaris Van Veldhoven al aan een opvolger, die meer gericht moet zijn op preventie en hergebruik.

Het derde Landelijk afvalbeheerplan (Lap3) zal worden opgevolgd door een Circulair Materialenplan (CMP1). Dat schrijft demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer. Het huidige Lap3 is volgens haar vooral gericht op de achterkant van de keten: het afvalbeheer. Ook is het Lap in beginsel geen bindende wetgeving, maar werkt het vooral indirect door, in bijvoorbeeld de afgifte van vergunningen en ontheffingen door bevoegd gezag. Met het CMP wil Van Veldhoven de reikwijdte uitbreiden en meer sturen op de hogere treden van de afvalhiërarchie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet de regelgeving uit het CMP vaker direct juridisch bindend zijn.

"Het CMP moet innovatie op het gebied van CE stimuleren door bedrijven uit te dagen om beter te presteren dan de minimumstandaard via een ambitieuze normering", schrijft de staatssecretaris. "Het Landelijk Afvalbeheerplan vormt het robuuste fundament voor een uitstekend afvalbeheer in Nederland. Het is mijn ambitie dat het Circulair Materialenplan voortbouwt op die sterke basis en een stimulerend kader vormt voor de doorontwikkeling van de circulaire economie."

Van Veldhoven geeft geen tijdspad voor de presentatie en inwerkingtreding van het CMP1. In principe wordt een Lap echter voor zes jaar vastgesteld. Het huidige Lap3 is eind 2017 in werking getreden, wat betekent dat het CMP1 in december 2023 gereed zou moeten zijn.

Tweede wijziging Lap3

Voor het zover is, wordt het Lap3 dus nog een keer gewijzigd. Deze wijziging is in april 2020 al aangekondigd en dient vooral om het Lap3 in lijn te brengen met de EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) en de Omgevingswet. In de lente hebben partijen zienswijzen kunnen indienen op de wijziging: in totaal is dat tachtig keer gebeurd. De ingekomen reacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota van Antwoord.

Reacties en wijzigingen

In de inspraakreacties missen diverse partijen nu ook al een volgende stap naar een grondstoffenplan. Een tussentijdse wijziging is volgens Van Veldhoven echter niet het moment om een Lap drastisch te herzien. Daarom komt er een CMP1.

Veel bedrijven die met groenafval werken, maakten zich zorgen om het beleid voor de toepassing daarvan. Met de nieuwe minimumstandaard zou het mogelijk worden groenafval ongecontroleerd in het milieu te brengen. De bedoeling van de wijziging was uitsluitend om het bevoegd gezag de mogelijkheid te geven om in te stemmen met specifieke toepassingen, zoals bijvoorbeeld de inzet van stammen langs parkeerplaatsen,in parken of langs wegkanten, of met het toepassen van verkleind hout op snipperpaden. De formulering is daarom aangepast en het doel beter toegelicht.

Ook de eisen voor het scheiden van bedrijfsafval zijn duidelijker gemaakt, zoals bijvoorbeeld wanneer er uitzonderingen voor de scheidingsplicht gelden en wanneer nascheiding toegestaan is.

Diverse partijen pleiten voor een centraal gecoördineerd beleid voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en afval. Het huidige beleid is niet uitvoerbaar, vinden ze. In de tweede wijziging van het Lap3 zijn hierin geen stappen gezet. Het ministerie geeft aan dit wel op het netvlies te hebben, maar dat het ZZS-beleid een zorgvuldige afweging vraagt van wat wel en niet beleidsmatig geregeld dient te worden. Daarom is dit in de tweede wijziging nog niet meegenomen. In de toekomst wil het ministerie dit wel verder uitwerken.

Voor de recycling van luiers zijn eisen opgenomen om dit veilig en verantwoord te doen. In de zienswijzen wordt er op gewezen dat een aantal analyses die vereist zijn, echter nog niet worden aangeboden of zijn gestandaardiseerd. Daarom is een interimprotocol opgenomen in het Lap3.

Inwerkingtreding

De Nota van Antwoord zal ook gepubliceerd worden in de Staatscourant. Wanneer dat gebeurd is, treedt de wijziging van het Lap3 vier weken later in werking.