Het ontwerp van het Landelijk Afvalbeheerplan 2 gaat vandaag naar de Tweede Kamer. Tot en met 21 januari kan op het ontwerp worden gereageerd. De bedoeling is dat het ongeveer in maart wordt vastgesteld.
De inspraakperiode is aangekondigd in de Staatscourant en twee landelijke dagbladen. Tijdens de inspraakperiode kan iedereen op het ontwerp van het tweede LAP reageren. Het tweede LAP kijkt naar de periode 2009 tot en met 2015 en heeft het lange termijnperspectief tot en met 2021. Volgens de Kaderrichtlijn afvalstoffen moet iedere Europese lidstaat een beheerplan voor afval opstellen. In Nederland is dat het Landelijk afvalbeheerplan (LAP). Het eerste LAP trad op 03-03-03 inwerking, na een zeer intensieve en onstuimige voorbereidingsperiode. Het afvalbeleid werd toen flink omgegooid met als achtergrond meer marktwerking, minder regulering. Ontwikkelingen waren het openstellen van grenzen, realiseren van een gelijk (Europees) speelveld, afschaffen moratorium verbrandingscapaciteit, stortverboden, verduidelijken definities, kader voor bepalen van im- en export, ontwikkeling van afval & energie, minimumstandaarden voor afvalstoffen en nog vele andere ontwikkelingen. Het tweede LAP geeft minder wijzigingen. Relatief nieuw is het ketengericht afvalbeleid, in ieder geval de beleidsintentie om daar echt werk van te maken. Dat zou ook moeten inhouden dat dit het laatste LAP is; het volgende beleidsdocument dat hieraan een vervolg moet geven in 2012 zal over materiaalstromen gaan, zo heeft de minister al beloofd.
Het LAP2 bestaat uit een beleidskader en sectorplannen. Veel
onderwerpen en structuren uit LAP1 komen ook terug in LAP2. Belangrijkste
element van het beleidskader is dat het afvalstoffenbeleid moet worden
omgevormd naar een materialenbeleid. De komende 12 jaar zal er hard aan de
preventie moeten worden getrokken, zo is het
uitgangspunt. Toch steken de doelstellingen daar karig bij af. Voor 2015
mag het afvalaanbod niet groter zijn dan 68 Mton en voor 2021 niet
meer dan 73 Mton. Dat betekent effectief nog steeds een groei van de
hoeveelheid afval van respectievelijk 13% en 22%, want in 2006 produceerde
Nederland 60 Mton afval.
Voor nuttige toepassing is de beleidsdoelstelling in de
periode 2006-2015 een toename van 83% naar 85%. Voor bepaalde afvalstromen
zijn subdoelstellingen. Voor huishoudelijk afval van 51% naar 60%, van
HDO-afval van 46% naar 60% en gelijk houden van 95% van bouw- en
sloopafval en 90% van industrieel afval.
Storten van brandbaar afval moet afnemen van 1,7 Mton
naar 0 Mton in 2012. Hoewel geen doelstelling, gaat het LAP2 uit van een
afname van het stortaanbod van niet-brandbaar afval van 2,6 Mton naar 1,4
Mton in 2012.
De milieudruk van zeven afvalstromen moet in 2012 met 20%
zijn afgenomen.
Verder moet efficiënter worden verbrand, maar vooral
moet de restwarmte van avi's beter worden benut. Daarvoor wordt een
stimuleringsbeleid samen met EZ ontwikkeld.
Het LAP2 brengt geen verandering in de rolverdeling van
de overheden en de inrichting en sturing van de
marktwerking, zoals het eerste LAP dat zeer nadrukkelijk
deed. Alleen storten wordt apart bekeken. Dat de overheid
een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor storten staat wel vast,
maar wat de consequentie daarvan is (is het een nutsfunctie?) wordt ook
niet in dit LAP bepaald. De minister heeft besloten het los van het LAP te
koppelen en apart te bediscussiëren in 2009. Zeker is wel dat de toe-
en uittreding op de stortmarkt door de overheid gerguleerd blijft
worden.
Ook in LAP2 zijn de minimumstandaarden terug te vinden
voor de verschillende afvalstromen. Wat betreft de inrichting daarvan is
er niet ingrijpend veranderd. Het instrument van de
inzamelvergunning wordt nog door de minister overwogen
voor KGA, afgewerkte olie en scheepsafvalstoffen, omdat er op dit moment
geen reden is om afwijkende regels voor deze stromen te hanteren. Dit na
een
uitspraak van de Raad van State. In ieder geval vervalt het limiet
voor het aantal vergunningen per 31-12-2009 vanwege de nieuwe Europese
Dienstenrichtlijn. Het rapport De verwerking
verantwoord vervalt hiermee als beleidsinstrument, want het is
zoveel mogelijk opgenomen in het LAP2.
Wat komt en gebeurt er allemaal niet? Er komt geen extra beleid voor
nascheiding in deze planperiode, omdat nascheiding zch
teveel op de achterkant van de keten richt. Er komt ook geen
belasting op verbranden omdat de voordelen (minder
afvalstoffen worden verbrand en meer nuttig toegepast) niet opwegen tegen
de nadelen (hogere kosten voor gemeenten die contractueel vaak vastliggen
voor langere tijd, bovendien kunnen avi's zich volgens de nieuwe
Kaderrichtlijn kwalificeren als installaties voor nuttige toepassing). Nog
niet verwerkt is de nieuwe Kaderrichtlijn Afvalstoffen
zoals die onlangs is vastgesteld. Nederland moet deze voor december 2010
in de Wet milieubeher hebben geïmplementeerd en dan kan pas het LAP
er op worden aangepast. Wel wordt er al zoveel mogelijk rekening mee
gehouden.
VROM heeft een speciale website voor het LAP ontwikkeld die natuurlijk
LAP2 is gaan heten. Hierin is de
informatie uit de documenten overzichtelijk weergegeven in min of meer
hapklare brokken. Wel moet er dan heel veel worden gedownload als PDF.
» Ontwerp
Landelijk afvalbeheerplan 2009 - 2021 'Naar een
materiaalketenbeleid' BELEIDSKADER
» Ontwerp Landelijk
afvalbeheerplan 2009 - 2021 'Naar een materiaalketenbeleid'
BIJLAGEN
» Achtergronden/toelichting
bij paragraaf 21.8 van het beleidskader (geen onderdeel van LAP2) MEMO
STORTEN