Op 1 januari treedt het financieringssysteem van het CDNI-verdrag voor de verwijdering van olie- en vethoudend afval in de binnenvaart in werking. Waar het gaat om milieubescherming en afvalverwijdering, is het idee achter het systeem dat de vervuiler betaalt.
Het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de
Rijn- en Binnenvaart, kortweg CDNI, is op 1 november vorig jaar van kracht
geworden in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk Luxemburg en
Zwitserland en geldt voor alle grote, met elkaar verbonden waterwegen. Het
nieuwe financieringssysteem maakt deel uit van een groter geheel. Langs de
waterwegen waar het verdrag voor geldt, is voorzien in een heel netwerk
van punten waar schepen hun afval gratis kunnen afleveren.
De exploitatie van dit netwerk dat zorgt voor inzameling en verwerking van
afvalstoffen, wordt bekostigd uit een verwijderingsbijdrage die de
binnenschippers betalen. Die bijdrage is gekoppeld aan het
brandstofgebruik.
SAB
In elk land is een nationale organisatie ingesteld die belast is met de
inning van bijdrage en de financiering van de afvalbrengpunten. Dat
gebeurt met behulp van een elektronisch systeem. Schippers die afval
afleveren gebruiken een Eco card om hun verwijderingsbijdrage te laten
afboeken van een rekening die ze hebben geopend bij de nationale
organisatie van hun keuze. In Nederland doet de SAB, de Stichting
Afvalstoffen & Vaardocumenten Binnenvaart, de inning.