Het feit dat er geen sprake is van één Europees tarief voor afvalinzameling in zeehavens komt doordat de methodiek van indirecte financiering op verschillende manieren is ingevuld en doordat de kosten voor inzameling en verwerking van de scheepsafval in de verschillende zeehavens uiteenlopen.
Bij de totstandkoming van de EU-richtlijn voor havenontvangstvoorzieningen in 2004 (HOV‟s) is geprobeerd om voor alle Europese havens tot een uniforme methodiek van financiering te komen. Overeengekomen was dat het ‘gebruiker betaalt beginsel' toegepast diende te worden en dat alle schepen, via indirecte financiering, substantieel (minimaal 30 procent) dienen bij te dragen in de kosten van de HOV‟s, ongeacht het feitelijk gebruik van de voorzieningen. Dit heeft toch tot gevolg gehad dat in de verschillende EU-lidstaten de methodiek van indirecte financiering op verschillende manieren is ingevuld. Zowel de afvalbijdrage die de schepen moeten betalen, als het daarbij behorende afgifterecht loopt daarom uiteen. Dat schrijft milieuminister Melanie Schultz van Haegen aan de Kamer. Zij geeft daarmee antwoord op Kamervragen naar aanleiding van het rapport ‘Milieuvervuiling door zeeschepen: Terugblik 2010’ van de Algemene Rekenkamer.
Er is door de EU-richtlijn havenontvangstvoorzieningen volgens de minister al veel uniformiteit bereikt, zoals de methodiek van indirecte financiering, de meldplicht voor de afgifte van scheepsafval en het uniforme meldformulier. Verdere uniformering van de afgifte- en financieringssystemen wordt gezocht in de praktische uitwerking van deze systemen. Bij de komende herziening van de richtlijn zal Nederland zich hiervoor actief inzetten.
Meer informatie:
Kamerbrief
minister Schultz