De Crisis- en herstelwet lijkt te zijn gericht op projecten rond woningbouw en infrastructuur. Maar in de twee jaar dat de wet in werking is, blijken ook afvalbedrijven kansen te zien. Stortplaatsexploitanten grijpen de mogelijkheid rond innovatie aan om duurzaam storten sneller van de grond te krijgen.
De Crisis- en herstelwet (Chw) leidt tot vernieuwing en versnelling van ruimtelijke ontwikkelingsprocessen. Ook de experimenteerregeling in de wet voor innovatieve projecten wordt enthousiast ontvangen. Dat blijkt uit de voortgangsrapportage over de periode 2011-2012 en de evaluatie die het kabinet naar het parlement heeft gestuurd. Sinds de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 zijn in totaal zo’n 44 projecten aangewezen als experiment. De projecten kunnen worden ondergebracht in drie categorieën: ontwikkelingsgebieden, innovatieve experimenten en lokale projecten met nationale betekenis. Helaas is de toestroom van experimenterende bedrijven minder dan verwacht. Het zijn vooral gemeenten die met voorstellen komen. “Dan zijn wij een uitzondering”, reageert Heijo Scharff van Afvalzorg.
De stortsector maakt dankbaar gebruik van de experimenteerregeling voor innovatieve projecten. Het mogen afwijken van wettelijke regels die innovatie in de weg staan, maakt de weg vrij voor projecten voor duurzaam storten. Scharff: “Over dat onderwerp praten we al vanaf 2007 met de rijksoverheid. Op aandringen van de sector is toen besloten het Stortbesluit te actualiseren. Aanvankelijk werd gedacht dat het alleen zou gaan om het actualiseren van technische richtlijnen. Maar in een van de richtlijnen stond een opmerking dat als je de zekerheid verregaand wil vergroten dat er geen emissies plaatsvinden, dat je dan niet alleen naar isolatievoorzieningen moet kijken maar ook naar de kwaliteit van het afval, en dan met name de uitloogbaarheid verminderen.” Met andere woorden, de stortplaats zou niet meer moeten worden beschouwd als een ‘black box’, maar er moeten actief methodes ontwikkeld worden die zo’n stabieler afvalpakket tot stand brengen. Omdat er in de stortsector intussen al veel nieuwe processen bekend waren, maar daar nog wel de nodige onzekerheden over bestonden, maakte de sector in 2010 van deze opmerking gebruik om met de overheid afspraken te maken over een aantal grootschalige praktijkproeven.
“Inmiddels was ook helder dat die proeven onder de huidige regels van het stortbesluit niet uitgevoerd konden worden, vanwege een aantal knelpunten. Maar als we die proeven niet uitvoeren, kunnen we niet met zekerheid zeggen hoe het werkt. En zonder zekerheid kunnen we moeilijk het Stortbesluit gaan veranderen”, zegt Scharff. Die situatie leidde tot de experimenteerparagraaf waarmee een aantal artikelen in het Stortbesluit tijdelijk buiten werking gesteld worden. “Om sneller werk te maken van de proeven én omdat deze inhoudelijk passen bij het beoogde doel van de Chw over experimenteren en innovatie, regelen we dat via een AMvB binnen de Chw-procedure”. Als de Raad van State positief reageert op het voorstel, moet er een ministeriele regeling komen waarin de uitvoering van de experimenten tot in detail wordt vastgelegd. Vervolgens moet er nog een convenant worden gesloten tussen overheden en stortplaatsexploitanten. “Want die willen over en weer garanties van elkaar. Overheden willen niet dat de experimenten leiden tot onacceptabele overlast en emissies, terwijl exploitanten het doel van tevoren willen vastleggen. En wanneer dat doel bereikt wordt, moet ook de regelgeving definitief worden aangepast. Anders ga je daar geen miljoenen in steken”, aldus Scharff.
Als alles rond is, zullen de experimenten met duurzaam storten beginnen op vier stortplaatsen, te weten Kragge II (Bergen op Zoom), Wieringermeer (Middenmeer), Braambergen (Almere) en Vlagheide (Schijndel). Maar de bedoeling is dat de proef zich uitbreid tot negentien locaties. Kamerleden Paulus Jansen (SP) en Stientje van Veldhoven (D66) waren niet zonder meer enthousiast over het experimenteren, waarbij er ontheffingen worden verleend voor het verplicht aanbrengen van een bovenafdichting van een stortplaats. Beide Kamerleden dienden moties in. De motie van Paulus Jansen, waarin hij verzoekt de ontheffing tot vier locaties te beperken, werd echter door de Kamer verworpen. Van Veldhoven daarentegen, zwakte haar motie sterk af. Zij wilde onderzoek afdwingen naar het toelaten van water en lucht tot afgedichte stortplaatsen, en naar de mogelijkheid om met een oxidatielaag de extra methaanuitstoot terug te brengen. Tot daarover meer helderheid ontstond zou de ontheffing alleen mogen gelden voor de vier locaties. Maar in de laatste en uiteindelijke versie van de motie verzoekt ze de regering enkel in gesprekken met het bevoegd gezag en de exploitant erop aan te dringen dat zij “onderzoeken met welke maatregelen, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een oxidatielaag, extra methaanuitstoot kosteneffectief kan worden teruggebracht.” Die motie werd aangenomen. “Op zich helemaal niet zo raar om aan deze motie invulling te geven”, reageert Scharff. “Ook in de normale bedrijfsvoering van een stortplaats mag je best wijzigingen voorstellen, als je maar inzichtelijk maakt aan de vergunningverlener wat dat voor gevolgen heeft voor de emissies. En je krijgt alleen maar toestemming als je kunt aantonen dat de emissies niet onacceptabel toenemen.”
De Chw geeft onder meer vastgelopen projecten een impuls of zorgt voor versnelling dankzij kortere procedures. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen of windmolenparken. De Chw blijft in de huidige vorm geldig tot 1 januari 2014. Er is echter al een wetsvoorstel ingediend om de wet een permanent karakter te geven. De voorzieningen uit de Chw worden dan structureel neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening.
» Praktijkervaringen
Crisis- en herstelwet
» Gewijzigde
motie Stientje van Veldhoven over duurzaam storten
» Nader
gewijzigde motie Van Veldhoven over duurzaam stortbeheer
»
Evaluatie crisis- en herstelwet
» Motie
Paulus Jansen stortplaatsen
» Motie
Stientje van Veldhoven stortplaatsen
»
Besluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en
herstelwet