Samen met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gaat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) bezien hoe regeldruk voor de Evoa in een vroeg stadium van het Europese wetgevingsproces aandacht kan krijgen.
Naast aandacht voor de regeldruk rond de Europese verordening betreffende de overbrenging afvalstoffen (Evoa) richten het ATR en de twee ministeries zich ook op de herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbouwbeleid en de Europese richtlijn voor energieprestaties gebouwen. Dit blijkt uit het Werkprogramma 2020 van het ATR dat staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat deze week heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.
Dit wordt uitgevoerd in samenwerking met enkele Europese zusterorganisaties, die ook deel uitmaken van de netwerkorganisatie RegWatchEurope. Binnen dit netwerk wisselen organisaties met een vergelijkbare taakopdracht als ATR kennis en ervaring uit. De leden komen uit Duitsland, Noorwegen, Zweden, Finland, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk.
ATR geeft aan dat veel wetgeving in Nederland een internationale oorsprong heeft. Het adviescollege richt zich hierbij vooral op de speelruimte die Nederland zelf heeft om deze wetgeving te implementeren en om te zetten naar nationale wetgeving. Het ATR valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.