De gestelde duurzaamheidsambities van AEB staan los van de geldproblemen van het Amsterdamse afvalbedrijf. Wel had AEB deze ambities te weinig onderbouwd.
Bij de verzelfstandiging van AEB bestond er een gedroomd beeld van wat duurzaamheid ging opleveren aan rendement. Dit is echter niet of nauwelijks onderbouwd. Dit heeft Commissie-Winter geconstateerd, zo heeft commissievoorzitter Jaap Winter gisteren aan de gemeenteraad van Amsterdam laten weten. Hij zei dit tijdens een ingelaste raadsvergadering over het commissierapport ‘De stilte voor het stilleggen’ over de oorzaken en de leerpunten van het stilleggen van vier verbrandingslijnen door AEB in de zomer van 2019. “Dat beeld was nergens op gebaseerd en het moest nog maar plaatsvinden. Nadat AEB verzelfstandigd is en de problemen in het primaire proces naar voren komen, vallen die duurzaamheidsinvesteringen weg als een bron voor rendement.”
De duurzaamheidsambities waren dus niet de oorzaak voor de financiële problemen van AEB, geeft Staf Depla namens deze commissie aan. “Dat de nascheidingsinstallatie voor plasticafval te weinig geld heeft opgeleverd, kwam omdat deze installatie niet goed functioneerde. Dat had niets te maken met de markt.”
Op een vraag van gemeenteraadslid Kevin Kreuger (Forum voor Democratie) of de gemeente de investering voor de biomassacentrale had kunnen tegenhouden, reageert Winter bevestigend. “De gemeente had een goedkeuringsrecht op bepaalde investeringen.” AEB wil deze nieuwe biomassacentrale verkopen om uit de financiële problemen te komen. De gemeente Amsterdam probeert nog steeds AEB te verkopen.