Wat demissionair staatssecretaris Van Weyenberg betreft, is het nog te vroeg het arsenaal aan zwerfafvalmaatregelen uit te breiden.
Met onder meer de implementatie van de EU-Richtlijn wegwerpplastics (Sup-richtlijn), de uitbreiding van het statiegeldsysteem en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) zijn er momenteel voldoende maatregelen om zwerfafval aan te pakken. Pas als blijkt dat deze maatregelen niet genoeg resultaat sorteren, kan naar verdere bestrijdingsmethoden worden gekeken. Dat stelt de kersverse demissionaire staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Steven van Weyenberg, in antwoord op Kamervragen van Kauthar Bouchallikht (GroenLinks). Zij stelde de vragen naar aanleiding van een onderzoek van de Universiteit van Cádiz naar de samenstelling van zwerfafval in zee. Ze wilde onder meer van de staatssecretaris weten of hij vindt dat er voldoende gebeurt om zwerfafval terug te dringen en welke mogelijkheden hij ziet voor betere resultaten.
Van Weyenberg antwoordt met een uitgebreide opsomming van de huidige maatregelen, waaronder het verbod op gratis plastic tassen, statiegeld, de Sup-richtlijn, ontwerpvereisten en UPV voor vistuig. Aanvullende maatregelen wil hij nu nog niet nemen. Eerst mag het huidige pakket zich bewijzen. Zo is statiegeld op kleine flesjes pas net ingevoerd en volgen blikjes eind volgend jaar. In het kader van de Sup-richtlijn volgen in 2023 en 2024 ook nog maatregelen. Het is daarom nog te vroeg om de effecten hiervan te beoordelen. Een eventueel uitgebreider handelsverbod zou bovendien op EU-niveau geregeld moeten worden.
Voor bijvoorbeeld verpakkingen van afhaalmaaltijden ziet hij weinig soelaas in reductiedoelstellingen, omdat die niet goed te handhaven zouden zijn. "Ik geef daarom de voorkeur aan het nemen van gerichte maatregelen die direct bijdragen aan reductie", zo schrijft de staatssecretaris. Daarover worden gesprekken gevoerd met stakeholders. Later dit jaar volgt daarover nog een brief aan de Tweede Kamer.