Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 27 oktober 2021

'Spanning tussen circulaire ambitie en dalend budget'

Als Nederland de ambitie van 100 procent circulair in 2050 wil waarmaken, dan moeten er drie tanden bij. De structurele middelen nemen echter mettertijd in omvang af.

Hoewel de transitie naar een circulaire economie niet alleen met geld is op te lossen, herkent demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) de spanning tussen de grote ambitie naar een circulaire economie in 2050 en de dalende budgetlijn. Een blik op de begroting leert volgens hem dat er vrij veel incidentele financiële middelen zijn, maar dat de structurele middelen mettertijd in omvang afnemen. Dit liet hij gisteren weten in reactie op een vraag van D66-Kamerlid Kiki Hagen tijdens het overleg met de vaste commissie van IenW over het begrotingsonderzoek van IenW.

Hoewel Hagen enkel vroeg naar een duidelijk overzicht van de uitgaven aan de circulaire economie in verhouding tot de plannen uit het Rijksbrede uitvoeringsprogramma Circulaire Economie, proefde Van Weyenberg daar nog een vraag onder: zijn die middelen wel afdoende? Volgens hem legt het Kamerlid met die vraag de vinger op de zere plek. Daarbij laat hij weten zich een beetje zorgen te maken dat hij meer moet doen met minder. Voor het Rijksbrede Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie is op de begroting voor 2022 15 miljoen euro vrijgemaakt en voor 2023 en 2024 5 miljoen euro.

Om de ambitie van een 100 procent circulaire economie te bereiken, is een bredere beleidsintensivering noodzakelijk, denkt Van Weyenberg. Hoe dat precies wordt ingegeven, is misschien meer iets voor zijn opvolger, aldus de staatssecretaris.

Gerelateerde artikelen