Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 28 oktober 2021

Recyclers vrezen beperkingen in handel secundaire grondstoffen

Het beperken van de export van secundaire grondstoffen kan een einde maken aan de circulaire economie. Hiervoor waarschuwt een groep van Europese recyclers.

In een gezamenlijke brief aan onder meer EU-commissarissen Frans Timmermans, Thierry Breton en Virginius Sinkevicius en president David Maria Sassoli van het Europees Parlement onderstreept een groep van Europese nationale federaties van de recyclingindustrie, individuele Europese recyclingbedrijven en de Europese belangenbehartiger Euric de sleutelrol die secundaire grondstoffen – grondstoffen uit recycling – spelen in een circulaire economie. In hun ogen vervangen deze grondstoffen nieuwe grondstoffen, waarvan de meeste worden gewonnen in en geïmporteerd uit landen buiten Nederland. Daarnaast zorgen secundaire grondstoffen voor een aanzienlijke besparing op de uitstoot van broeikasgassen en creëert de recyclingindustrie lokale banen.

De brief is een reactie op de mogelijke plannen van de Europese Commissie om de export van secundaire grondstoffen, die volgens de EU-wetgeving als ongevaarlijk zijn geclassificeerd, te beperken. “Een dergelijke maatregel zal, indien voorgesteld in de herziening van de Europese verordening overbrenging afvalstoffen (Evoa) verwoestende gevolgen hebben voor de Europese recyclingindustrie en meer in het algemeen voor het vermogen om de circulaire en klimaatneutrale doelstellingen van de Europese Green Deal te bereiken”, staat in de brief.

Onderscheid

De ondertekenaars van de brief pleiten voor een duidelijk onderscheid tussen secundaire grondstoffen die direct in de circulaire ketens kunnen worden gebruikt, en onbehandeld problematisch afval. Exportbeperkingen in de Evoa-herziening mogen in hun ogen alleen zijn gericht op problematische afvalstoffen.

Euric-voorzitter Cinzia Vezzosi: “Secundaire grondstoffen zijn intrinsiek klimaatvriendelijke en circulaire materialen, die wereldwijd worden verhandeld. Het onderwerpen van deze grondstoffen aan exportbeperkingen zal een vitale bedreiging vormen voor Europese recyclers en zal leiden tot een blijvende rem op de groei van een van de meest dynamische industrieën in Europa. Sterker nog: het zal zorgen voor een ongehinderde invoer van gewonnen primaire grondstoffen in Europa, waarmee de prikkel om afval op de juiste manier in te zamelen, te recyclen en te investeren verloren gaan. Dit brengt het bereiken van de huidige recyclingdoelstellingen in gevaar.”

Kritiek op rondvraag

Een van de onderschrijvers van de brief is de Duitse afvalorganisatie BDE. Voorzitter Peter Kurth toont zich met name kritisch over de manier waarop de actualisatie van de Evoa-lijst tot stand is gekomen. Dit is namelijk gebeurd aan de hand van de rondvraag van de Europese Commissie naar niet-Oeso-landen. Landen die niet op de rondvraag hebben gereageerd, zijn allemaal meldingsplichtig. Een van die landen is China. “De huidige regeling is niet geschikt in de praktijk”, vindt BDE-voorzitter Peter Kurth. “Een gebrek aan feedback kan niet per se betekenen dat landen vervolgens van de lijst worden geschrapt en dat elke export daar automatisch een meldingsplicht wordt.”

Naar verwachting presenteert de Europese Commissie medio november haar voorstel om de Evoa-verordening te herzien.