De verwerking van grof huishoudelijk tuinafval en blad mag Cyclus aan Den Ouden gunnen voor een prijs die op het eerste gezicht te mooi lijkt om waar te zijn. Wagro, de huidige verwerker van de stroom, vist bij de rechter achter het net.
Begin dit jaar gunde Cyclus de verwerking van grof huishoudelijk tuinafval en blad aan verwerker Den Ouden. Dit tot ongeloof van Wagro, dat de afgelopen jaren dit afval had verwerkt, maar nu op twee van de drie percelen als tweede eindigde en op één perceel als derde. De groenverwerker stapte naar de rechter, omdat Cyclus de percelen aan Den Ouden had gegund voor een ‘abnormaal lage prijs’. Wat Wagro betreft had Den Ouden uitgesloten moeten worden, omdat het aannemelijk is dat dit bedrijf de opdracht nooit voor de geboden prijs zou kunnen uitvoeren.
De rechtbank Den Haag oordeelt echter anders in deze zaak. De inschrijfprijzen van Den Ouden zijn op alle percelen inderdaad substantieel lager dan die van de andere inschrijvers en dan de door Cyclus opgegeven raming. Verder zijn de inschrijfprijzen van Den Ouden omgerekend per ton ook substantieel lager dan de prijzen uit een recent onderzoek naar prijzen van onderzoeksinstituut Alterra. Dat betekent echter niet dat Cyclus Den Ouden moest uitsluiten. De aanbestedende dienst heeft weliswaar deze bevoegdheid, maar hoeft hiervan geen gebruik van te maken.
Cyclus is op grond van de aanbestedingswet wel verplicht om bij het vermoeden van een abnormaal lage inschrijving om een toelichting te vragen. Het publieke afvalbedrijf heeft dit echter gedaan. Via e-mailverkeer zijn er vragen gesteld en kwamen er antwoorden. Vervolgens had Cyclus naar eigen zeggen geen redenen om aan te nemen dat de inschrijfprijs van Den Ouden niet marktconform of niet reëel zou zijn. De rechter van dienst stipte nog wel even fijntjes aan dat Cyclus dit best had mogen melden aan Wagro, dat had aangenomen dat Cyclus niet om een toelichting had gevraagd. En Wagro had op haar beurt hier proactief naar mogen vragen. Het bedrijf koos er echter voor om direct een procedure op te starten.
Maar hoe kan Den Ouden tot veel lagere inschrijfprijzen komen dan concurrenten? Cyclus stelt dat dit mogelijk is omdat Den Ouden een ander verwerkingsproces heeft dan Wagro en daardoor, en door haar schaalvoordeel, hogere opbrengsten genereert, onder meer met bewerkte houtchips als hoogwaardige biobrandstof (in plaats van normale houtshreds) en met uitgezeefde compost als veenvervanger voor substraatbedrijven (in plaats van zeefgrond). Volgens Cyclus heeft Den Ouden langlopende contracten met afnemers, waardoor de opbrengsten van deze producten zijn gegarandeerd. Verder hebben Cyclus en Den Ouden gewezen op de gestegen energieprijzen en de vraag naar biobrandstof, die mede door de aan Rusland opgelegde sancties, sinds 2022 exponentieel is gestegen.
Met betrekking tot het onderzoek van Alterra heeft Den Ouden gesteld dat de prijzen gebaseerd zijn op gegevens van 2021 en dat daar is uitgegaan van de verwerking van een eenmalige kleine hoeveelheid (snoei)afvall, hetgeen niet te vergelijken is met de hoeveelheden waar het in de opdracht van Cyclus over gaat.
De rechter oordeelt dan ook dat Cyclus voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij – nog daargelaten dat zij niet tot uitsluiting verplicht is – mocht aannemen dat de inschrijfprijzen van Den Ouden marktconform en reëel zijn en dat Den Ouden in staat is de opdracht voor deze prijs uit te voeren. Vorderingen tot uitsluiting van Den Ouden en herbeoordeling van de inschrijvingen zijn daarom niet toewijsbaar.
Over de aanbesteding van Cyclus was eerder al gedoe ontstaan. Aanvankelijk had Cyclus haar opdracht voor de verwerking van grof groen- en tuinafval in september 2022 in de markt gezet. Half december trok ze deze echter weer in. Bij nader inzien vond het bedrijf dat in de beoordelingsmethodiek van de gunningscriteria de kosten van transport naar een verwerkingslocatie op grotere afstand onvoldoende had meegenomen. Omdat bij een locatie verder weg de kosten voor Cyclus wel significant toenemen, onder meer door onderhoud, slijtage aan banden, en de inzet van personeel, wilde het bedrijf de beoordelingsmethodiek hierop aanpassen.
Omdat er al wel inschrijvingen waren ontvangen, was aanpassing in de lopende aanbestedingsprocedure niet meer mogelijk. De procedure werd daarom stopgezet en er zou een nieuwe aanbestedingsprocedure volgen, met een nieuwe beoordelingsmethodiek. Den Ouden maakte tegen deze intrekking echter bezwaar, waarna de aanbestedingsprocedure alsnog werd voortgezet. Dat heeft het bedrijf geen windeieren gelegd, blijkt nu.