Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 10 juli 2023

Vivianne Heijnen demissionair

De val van het kabinet Rutte IV leidt in ieder geval tot grote vertraging, maar waarschijnlijk ook tot een stap terug in de ambities voor een circulaire economie.

Vivianne Heijnen laat op afgelopen 22 juni haar broodtrommel vullen met friet bij de start van de campagne voor meer hergebruik en minder wegwerp.Foto: Sandra Uittenbogaart
Vivianne Heijnen laat op afgelopen 22 juni haar broodtrommel vullen met friet bij de start van de campagne voor meer hergebruik en minder wegwerp.Foto: Sandra Uittenbogaart | Sandra Uittenbogaart

De val van het kabinet Rutte IV is voor de duurzame ontwikkeling geen goed nieuws. Zo ‘groen’ als dit kabinet was zal een volgend kabinet waarschijnlijk niet zijn. Als de politieke peilingen van dit moment een weerspiegeling zijn van de toekomstige Tweede Kamer, dan zullen de ambities voor klimaat, grondstoffen en circulaire economie worden teruggeschroefd of in ieder geval getemporiseerd, om het Haagse jargon aan te halen.

De verkiezingen worden niet voor november verwacht en daarna volgt nog een formatieperiode. In de hoop dat die de vorige formatie van tien maanden niet overtreft zal een nieuw kabinet pas in het eerste kwartaal van 2024 aantreden. Tot die tijd bepaalt de Tweede Kamer welke onderwerpen nog kunnen worden behandeld en welke moeten wachten op de nieuwe samenstelling na de verkiezingen omdat ze controversieel zijn. In het Kabinet hoeven de ministers zich niet meer te houden aan het regeerakkoord.

Minder groen

Bij de vorige verkiezingen behaalde D66 15 procent van de stemmen en kon zij niet alleen een positie in het Kabinet krijgen maar ook een prominente plaats voor groen en duurzaam in het regeerakkoord. Volgens sommige politieke analisten heeft D66 toen van alle partijen de meeste punten uit het verkiezingsprogramma in het regeerakkoord gekregen. Dat bleek al bij de presentatie van het akkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst', waar de ontwikkeling naar een duurzaam land op de tweede plaats stond en daarbij zelfs als aandacht was voor punten om minder afval te produceren en vaker producten her te gebruiken. Peilingen gaan nu uit van tenminste een halvering van de huidige 24 zetels die D66 heeft. Zeker is dat BBB haar huidige ene zetel zal weten uit te bouwen, met hoeveel is onzeker. De peilingen geven een brede bandbreedte van 10 tot 28 zetels. Het politieke midden dat de afgelopen jaren de politiek heeft gedomineerd lijkt weggeslagen. Partijen schuiven in hun standpunten naar de randen op. Profielen van partijen worden dan duidelijker, maar milieu en duurzaamheid zullen niet meer zo’n prominente plaats krijgen als twee jaar geleden.

Vivianne Heijnen

De huidige staatssecretaris Vivianne Heijnen zal niet meer in het nieuwe kabinet dat na de verkiezingen aantreedt zitten. Ook het CDA staat in de peilingen op een halvering. Na de verkiezingen zal ze, om een duidelijk politiek profiel op te bouwen, eerder deelnemen in de oppositie dan als kleine partij nog een keer het avontuur aangaan in een coalitie. Tot het aantreden van de nieuwe bewindslieden is Vivianne Heijnen demissionair. Of ze ook zo lang zal blijven als staatssecretaris valt te bezien. Grote kans dat, als zich een andere opportuniteit voor haar voordoet, zij net als haar voorganger Stientje van Veldhoven die kans grijpt en vroegtijdig naar de nieuwe baan vertrekt.

Terugkijkend op haar korte periode in functie valt ze niet op als een erg daadkrachtige bestuurder. Al vrij snel na haar aantreden kreeg ze flinke kritiek uit de Tweede kamer over haar talmend beleid en onduidelijke antwoorden. Niet alleen van de oppositie, maar ook van haar coalitiegenoot D66, en zelfs haar eigen partij, het CDA, vond dat er meer snelheid en daadkracht moest komen. Dat werd verschillende keren kracht bijgezet door moties, bijvoorbeeld om meer actie voor preventie en hergebruik, of het verbeteren van de vergunningverlening en handhaving (VTH). Maar veel mocht dat niet baten. Het ongeduld van de Tweede Kamer bleef, maar Heijnen bleef ook tot haar laatste debat over de circulaire economie bij haar standpunt dat zorgvuldigheid te verkiezen is boven snelheid. Strategisch was haar belangrijkste wapenfeit de presentatie begin dit jaar van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Dit kreeg echter ook niet het warme applaus dat ervan verwacht werd. Goede ambitie, maar de uitwerking niet concreet genoeg.

Heijnen trad als staatssecretaris in januari 2022 aan op het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met belangrijkste taken duurzaamheid, bodem en openbaar vervoer. Vanaf het begin was duidelijk dat ze voor duurzaamheid zwaar zou gaan leunen op Rob Jetten die minister werd van het nieuwe ministerie voor Klimaat en Energie. In het regeerakkoord was de lat voor klimaatbeleid flink hoger gelegd en er was ook een aanzienlijk budget gereserveerd om dat te bereiken. Voor de grondstoffen ambities en circulaire economie die Heijnen toebedeeld was, moest ze voor een groot deel de budgetten in het Klimaatfonds van Jetten zien te vinden.

Heijnen wilde met haar circulaire economie beleid de focus vooral naar de voorkant van de productieketens brengen: ecodesign, hergebruik en reparatie moesten meer aandacht krijgen dan recycling en verwerking. Daarmee anticipeerde ze op een brede wens van de Tweede Kamer en volgde ze de conclusies van verschillende rapporten, met name die van het PBL. Maar in haar periode kwam daar concreet nog niet veel van de grond. Wel het verbod op wegwerpbekers en -maaltijdverpakkingen maar dat was al in de maak bij haar aantreden.

Onderwerpen die er verder uitspringen in die anderhalf jaar zijn onder andere de gemeenten die vroegen om meer duidelijkheid over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) en dan vooral voor de rol van gemeenten, de perikelen rondom het uitstel (van drie maanden) van de invoering van statiegeld op blikjes, de ontwikkeling van een UPV voor textiel, de door de Tweede Kamer opgedrongen verbod op vernietigen, niet te vergeten Pfas, verbod op peuken en het al eerder gesignaleerde versterken van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving.