AEB heeft afgelopen jaar laten zien dat het koersvast bleef, ook onder druk. “Niet alle problemen zijn voorbij, maar we pakken ze wel gericht en planmatig aan en blijven bouwen aan een duurzame toekomst”, zegt directeur Wim van Lieshout.
2024 was grotendeels vergelijkbaar met 2023. De problematiek rond lachgascilinders en het verkoopproces van de onderneming bepaalden het beeld. Het grote verschil met 2023: AEB kwam gaandeweg in control, vooral als het gaat om de lachgassituatie. Dat blijkt uit het publieksjaarverslag van het Amsterdamse afval- en energiebedrijf.
De problematiek rondom de lachgascilinders zorgde in 2023 nog voor een afname van 15 tot 20 procent van de beschikbare verbrandingscapaciteit bij AEB. Het bedrijf liep hierdoor omzet mis, maar was daarbovenop ook nog eens tientallen miljoenen euro kwijt aan herstel- en schoonmaakwerkzaamheden. Ondanks het uitblijven van maatregelen vanuit het Rijk, lukte het AEB afgelopen jaar echter om het probleem beheersbaar te maken. AEB-directeur Wim van Lieshout: “Dit is een grote prestatie van de organisatie. Maar we zijn nog niet tevreden. Alle maatregelen bij elkaar kosten behoorlijk veel geld en die kosten moeten we doorberekenen aan onze klanten. We blijven bij het Rijk aandringen om te komen met structurele oplossingen.”
Klanten van AEB zijn hun afval gaan inspecteren op lachgascilinders om het aantal explosies in de ovens van het afval- en energiebedrijf terug te dringen. Of ze laten afval door een shredder verhaspelen, zodat de cilinders kapot gaan. Er zijn desondanks nog explosies, maar doordat AEB sterkere roosters heeft geplaatst, is de schade minder. Vanaf het laatste stuk van 2024 heeft dit voor aanzienlijk minder stilstand van de installatie gezorgd. Er werd weer bijna net zoveel afval verwerkt als in 2022, zo blijkt uit het publieksjaarverslag.
AEB blijft het wel teleurstellend vinden dat er nog geen landelijke oplossing of financiële compensatie voor de lachgasproblemen is gekomen vanuit de overheid. Daarom is een bodemprocedure tegen de Nederlandse staat vorig jaar voortgezet. Samen met HVC voert het afval- en energiebedrijf deze rechtszaak, omdat ze vindt dat de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor de gevolgen van het ingestelde verbod op lachgas voor afvalverwerkingsbedrijven.
Een nadere blik op de belangrijkste kengetallen over 2024 (zie tabel) leert dat AEB dat jaar 1.229 kton afval verwerkte in haar afvalenergiecentrale en hoogrendementcentrale (AEC/HRC) tegenover 1.098 kton een jaar eerder. Dat was met 892 kton vooral bedrijfsafval afkomstig uit Nederland. Een flinke stijging ten opzichte van een jaar eerder toen er nog 707 kton bedrijfsafval uit eigen land werd verwerkt. De aanvoer van afval uit het buitenland nam juist af van 94 kton naar 60 kton en ook verbrandde AEB minder huishoudelijk afval uit Nederland: 84 kton in plaats van 111 kton een jaar eerder. Door de scheidingsinstallatie ging nagenoeg evenveel afval als in 2023: 221 kton. Opvallend is wel dat dit ongeveer 10 procent minder plastic voor hergebruik opleverde dan een jaar eerder en ook veel minder metalen. De invoering van statiegeld op blik kan dit verklaren. Tegelijkertijd verdubbelde de hoeveelheid nagescheiden drankenkartons nagenoeg en nam ook de hoeveelheid nagescheiden oud papier en karton flink toe.
De biomassacentrale van AEB leverde minder warmte en elektriciteit. Leverde de installatie in 2023 nog 559.143 GJ warmte, in 2024 was dat 514.040 GJ. De hoeveelheid elektriciteit nam in dezelfde periode af van 37.471 MWh naar 33.415 MWh.
Het aantal medewerkers liep in een jaar op van 427 naar 460. Al liet Van Lieshout eerder dit jaar al ontvallen dat dit aantal in de toekomst weer zal worden teruggebracht. Het ziekteverzuim (in percentage van de bruto loonsom) daalde van 5,5 procent naar 5,1 procent. Het aantal ongevallen bleef stabiel op 4,75 per miljoen gewerkte uren.
Al met al steeg de omzet van AEB van 190 miljoen euro in 2023 naar 198 miljoen euro in 2024. De Ebitda maakte een sprong van 10 miljoen euro naar 48 miljoen euro. En AEB schroefde de investeringen op naar 86 miljoen euro ten opzichte van de 75 miljoen euro een jaar eerder. Maar het nettoresultaat daalde verder van -26 miljoen euro naar -28 miljoen euro. De kosten stegen namelijk met bijna 20 miljoen euro tot 212 miljoen euro. De voornaamste toename zit in uitbesteed werk. Deze kostenpost steeg met ruim 7 miljoen euro vanwege schade door lachgasexplosies en extra onderhoud daardoor. Ook waren er 15 miljoen euro toegenomen afschrijvingslasten vanwege het meerjarig onderhoudsplan en in gebruik genomen projecten.
Door de financiële uitdagingen van afgelopen jaren heeft AEB relatief veel geld moeten lenen. Dit gebeurt deels tegen een hoge rente. Daardoor heeft het bedrijf ook veel rentekosten die op het resultaat drukken. In 2024 bedroeg dit 23 miljoen euro – 6 miljoen euro meer dan in 2023. Op 30 juni 2025 is AEB echter opnieuw gefinancierd. De balans en de rentekosten zijn daardoor enorm verbeterd en veel meer passend bij de onderneming, zo valt te lezen in het publieksjaarverslag.
Afgelopen week kwam al naar buiten dat de afgeketste verkoop van AEB aan Indaver van afgelopen maart, aandeelhouder Amsterdam financieel pijn doet. Na het definitief stranden van het verkoopproces leken banken weinig trek te hebben in het financieren van het afval- en energiebedrijf. De gemeente Amsterdam leende AEB daarom 158,4 miljoen euro voor de aflossing van bankschulden. Verder heeft de gemeente een rekening-courantfaciliteit van 21,5 miljoen euro verstrekt. Een groot deel van eerder krediet is bovendien omgezet in aandelen voor een bedrag van 222,3 miljoen euro. Een restant van 28,1 miljoen euro blijft in de boeken staan als lening.
De financiële impact van het stranden van het verkoopproces kan nog groter worden. AEB heeft de ambitie om CO2 af te gaan vangen. De installatie die dat mogelijk moet maken, kan ook zomaar 200 miljoen euro gaan kosten. Mocht het bedrijf net als in het verleden in de financiële problemen raken, dan komt ook dat nog op het bordje van de gemeente.
Dat Amsterdam heeft uitgesproken dat AEB tenminste 10 jaar in handen van de gemeente blijft, maakt dat het bedrijf echter een periode van langdurige onzekerheid heeft afgesloten. Met de herfinanciering van afgelopen juni is de financiële basis sterk verbeterd en past deze beter bij de huidige en toekomstige opgaven, klinkt het uit de hoofdstad. Maar uitdaging blijven er. Afvalverwerkers hebben te maken met veranderende wet- en regelgeving, stijgende lasten en noodzakelijke investeringen in verduurzaming, ziet ook Van Lieshout. De directeur heeft echter fiducie in hoe AEB die aangaat: “We hebben laten zien dat we koersvast blijven, ook onder druk. Dit betekent niet dat alle problemen voorbij zijn, maar wel dat we ze gericht en planmatig aanpakken en blijven bouwen aan een duurzame toekomst.”