Het beeld dat drie van de vier televisies in Nederland regelrecht in de verbrandingsoven zouden belanden, zoals een artikel in de media recent suggereerde, is feitelijk onjuist én schadelijk, foetert Stichting Open.
‘Plasticcrisis dreigt door recycle-drama: 3 van de 4 televisies belanden regelrecht in de verbrandingsoven’, kopte De Telegraaf deze week. In 'de krant van wakker Nederland' stelden onderzoekers van de TU Delft dat fabrikanten van elektronica in hun ontwerpen te weinig rekening houden met recycling. Tot die conclusie kwamen ze nadat ze vier televisies van verschillende merken uit elkaar hadden gehaald. Van drie apparaten kon alleen al het plastic regelrecht de verbrandingsoven in, tekende de krant op.
De suggestie dat drie van de vier televisies in Nederland regelrecht in de verbrandingsoven zouden belanden, noemt Stichting Open feitelijk onjuist én schadelijk. De organisatie die verantwoordelijk is voor de wettelijke producentenverantwoordelijkheid voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten stelt dat in de afgelopen drie jaar gemiddeld 53 procent van alle op de markt gebrachte schermen zijn ingezameld. Van het gewicht van de ingezamelde schermen wordt 75 procent teruggewonnen als hoogwaardige grondstof, ruim boven de EU-norm van 70 procent. En nagenoeg alle metalen (99,9 procent) worden teruggewonnen.
Stichting Open geeft wel toe dat het recyclen van plastics uit televisies complexer is. Ongeveer één derde wordt mechanisch gerecycled. De overige twee derde bevat vaak wettelijk verplichte additieven, zoals vlamvertragers, die recycling belemmeren. Maar volgens de organisatie wordt ook hieraan hard gewerkt, zodat materiaalterugwinning binnen bereik komt.
Hoe De Telegraaf de bevindingen van de TU Delft-onderzoekers brengt, kan niet op begrip rekenen bij Stichting Open. Als mensen te horen krijgen dat drie van de vier tv’s toch worden verbrand, waarom zouden ze dan nog moeite doen om in te leveren? Consumenten zijn onmisbaar in de circulaire keten en Stichting Open snapt dat netjes inleveren soms moeite kost. Juíst daarom is correcte informatie essentieel. Onjuiste en ongenuanceerde conclusies ondermijnen inzameling en daarmee de circulaire economie.
De door De Telegraaf geïnterviewde PhD Researcher aan de TU Delft Dorien van Dolderen laat in een persbericht van Stichting Open doorschemeren dat de krant niet het hele verhaal heeft verteld. “Ons onderzoek richt zich op het zó ontwerpen van elektronica dat recycling eenvoudiger wordt, waardoor we samen met ketenpartners zoals Stichting Open nog meer waardevolle materialen kunnen terugwinnen. In de onderzochte televisies zagen we nauwelijks verliezen bij metalen, maar juist dat de keuzes in kunststoffen een grote impact had op het recyclingresultaat. Binnenkort publiceren we ons paper, waarin we alle nuances uitgebreid toelichten.”
Televisies belanden dus zeker niet zomaar in verbrandingsovens. Maar de kernboodschap van het onderzoeksteam dat producenten meer kunnen doen voor een goede recyclebaarheid van televisies blijft staan. Niet alleen gebruiken ze volgens de onderzoekers voor een deel nog niet te recyclen plastics, ook moeten materialen eenvoudiger van elkaar te scheiden zijn. Vier afgedankte tv’s demonteren kostte de TU Delft-onderzoekers nu 225 uur.