Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 22 augustus 2025

Belgische bedrijven slaan steil achterover van zwerfafvalfactuur

De Belgische zwerfafvaltaks voor producenten en handelaren die verpakkingen op de markt brengen, legt een onevenredig zware last neer bij bedrijven, menen ondernemersorganisaties.

Drankverpakkingen belanden ook in België nog te vaak in de natuur. Het bedrijfsleven moet op termijn gaan betalen voor het opruimen.
Drankverpakkingen belanden ook in België nog te vaak in de natuur. Het bedrijfsleven moet op termijn gaan betalen voor het opruimen. | Dreamstime | Nopadol Uengbunchoo

Vorige maand keurden de regionale overheden in België een jaarlijkse heffing van liefst 102 miljoen euro voor producenten en handelaren die verpakkingen op de markt brengen voorlopig goed via een interregionaal samenwerkingsakkoord, weet het Belgisch bedrijfsleven. Hoewel bedoeld om zwerfafval te bestrijden, legt die belasting een onevenredig zware last op producenten, terwijl de rol van overheid en consument onderbelicht blijft. Dat stelt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO).

Gedeelde verantwoordelijkheid

Wat het VBO betreft steunt een doeltreffend beleid tegen zwerfafval op het principe van gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheid, producenten én consumenten. Volgens de Europese Single Use Plastics-richtlijn dragen producenten alleen bij aan de noodzakelijke kosten voor inzameling en opruiming, terwijl handhaving en controle een taak van de overheid zijn. Daarnaast hebben consumenten een fundamentele verantwoordelijkheid om geen afval op straat te gooien.

Met de huidige Belgische plannen voor een zwerfafvaltaks wordt die taakverdeling in de ogen van het VBO scheefgetrokken. Producenten worden niet alleen belast met alle kosten, inclusief handhaving, maar ook verantwoordelijk gehouden voor het beheer van de openbare netheid, zonder dat daar een controlemechanisme tegenover staat. Dat leidt tot een directe taks met een grote financiële impact op producenten, terwijl de effectieve verbetering op het terrein op het vlak van efficiëntie en effectiviteit onduidelijk blijft, foetert de ondernemersorganisatie.

De factuur die het bedrijfsleven wacht, volgens het VBO zo’n 102 miljoen euro per jaar, is tot vier keer hoger dan wat producenten in buurlanden betalen. Dat verhoogt de kosten voor Belgische bedrijven aanzienlijk, waardoor hun concurrentiepositie verzwakt en consumenten hun aankopen vaker over de grens doen. Die situatie verstoort de Europese interne markt en werkt de doelstellingen rond eerlijke concurrentie en duurzaamheid tegen, aldus het VBO.

‘Onrechtvaardig’

Het VBO vindt de manier waarop overheden het verschuldigde bedrag berekenen ook problematisch. De drie Belgische gewesten gebruiken verschillende methodes, wat leidt tot grote ongelijkheden en een gebrek aan transparantie en rentabiliteit. Zonder een uniforme aanpak en heldere criteria ontbreekt het aan geloofwaardigheid en evenredigheid, waardoor producenten terecht de rechtvaardigheid van de heffing betwisten, vindt de belangenbehartiger.

Wat het VBO betreft is het dan ook hoog tijd om het systeem grondig te hervormen. Een heldere Europese benchmark en regelmatige bijsturing van de bedragen zijn onmisbaar. Alleen zo zou te zorgen zijn voor een rechtvaardig, transparant en efficiënt instrument dat zwerfvuil effectief aanpakt en tegelijk de economische vitaliteit van onze ondernemingen beschermt.

Als kers op de taart besloten de drie gewesten om de belasting te heffen op producten die in 2025 op de markt zijn gebracht, producten die bijna allemaal verkocht werden zonder dat de producenten en handelaars rekening konden houden met de impact van de belasting. Voor de ondernemingen is die feitelijke terugwerkende kracht onaanvaardbaar en zal die de nu al zeer moeilijke economische situatie in de betrokken sectoren alleen maar verslechteren.

Juridisch aanvechten

De federatie van de Belgische voedingsindustrie Fevia laat weten de zwerfafvalfactuur zeker te willen betalen, maar niet als deze onevenredig hoog is. De organisatie verwacht dat de drie regionale parlementen de zwerfafvaltaks komende maand bespreken en erover stemmen. Als de taks in de huidige vorm wordt goedgekeurd, ziet Fevia geen andere mogelijkheid deze juridisch aan te vechten.

Twee jaar geleden wist Fevia, toen met de Belgische federatie van supermarkten Comeos, een hoge zwerfafvaltaks nog te torpederen. Het bedrijfsleven zou toen jaarlijks honderden miljoenen euro’s moeten betalen. Veel te veel geld voor het bedrijfsleven dat toch al op de kleintjes moet letten, vonden ze ook toen. Beleidsbepalers bleken daar destijds gevoelig voor. Toch zullen die nu een knoop moeten doorhakken over de taks. Volgens de Europese Sup-richtlijn voor plastics voor eenmalig gebruik moeten producenten bijdragen aan de noodzakelijke kosten voor inzameling en opruiming van onder andere drankverpakkingen, tabakswaren, vochtige doekjes en ballonnen.

Milieuorganisaties hebben altijd benadrukt dat het juist eerlijk is dat de hoge kosten voor het opruimen en verwerken van zwerfafval die altijd op het bordje van gemeenten en dus de burger kwamen, nu voor rekening komen van het bedrijfsleven. Op de hoogte van de taks hebben bedrijven zelf invloed - zij bepalen immers zelf welke producten ze op de markt brengen.