Een afvaltransportbedrijf dat 440 euro moest aftikken omdat het de lading niet voldoende gezekerd had, vond dat nogal buitensporig. Het gerechtshof was het daar echter niet mee eens.
Het bedrijf zou op het Coentunneltraject in Amsterdam hebben gereden met een vrachtwagen met daarop twee afzetcontainers met afval gestapeld. De lading was volgens de ambtenaar in de zaak niet voldoende gezekerd, wat een risico voor de verkeersveiligheid vormde. Het resultaat: een sanctie van 440 euro. Het bedrijf betwistte de waarnemingen van de ambtenaar niet, maar de boete des te meer. De betreffende regelgeving (de Regeling voertuigen) zou niet geldig zijn, omdat die onduidelijk is, onevenredig is voor de afvaltransportsector en ook nog eens in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel. Ook stond de sanctie niet in verhouding met de overtreding. Eerder kreeg het bedrijf daarin al ongelijk van de kantonrechter, en in hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat nogmaals. Het bedrijf moet de boete dus gewoon betalen.
Wat was er precies aan de hand? Het bedrijf reed met een vrachtwagen met een zogenoemd portaalarmsysteem, waarmee (afzet)containers op en van de vrachtwagen getild kunnen worden. Dat gebeurt met vier kettingen die aan de hoeken van de containers zijn bevestigd. Op het voertuigen waren tussen de armen van het portaalarmsysteem twee gevulde afzetcontainers gestapeld.
De ambtenaar die de sanctie oplegde, gaf onder meer aan dat bij het stapelen van afzetcontainers, ze gezekerd moesten worden. De vrachtwagen was echter niet voorzien van de geschikte sjorpunten voor zo'n zekering. Maar zelfs als die er wel waren, was de bovenste container nog niet stabiel genoeg gezekerd. Deze stond namelijk los in de lading van de onderste container. De ambtenaar concludeerde dat de afzetcontainer feitelijk niet was gezekerd en daarmee het risico bestond dat die bij normale verkeerssituaties (zoals vol remmen, plotseling uitwijken of een slecht wegdek) zou kunnen vallen of verschuiven. Een terechte conclusie, vond het gerechtshof.
Het betreffende voorschrift in de Regeling voertuigen is ook voldoende duidelijk, vindt het gerechtshof. Het gaat om een voorschrift dat geldt voor het zekeren van verschillende vormen van bijzondere lading. Daarom is het logisch dat het voorschrift enig algemeen is geformuleerd, zodat het van toepassing kan zijn op die verschillende vormen van bijzondere lading. Maar het doel, dat de bevestiging deugdelijk is, is duidelijk genoeg. De verschillende systemen en middelen om te zekeren die in het voorschrift staan, moeten bovendien bekend zijn voor wie werkzaam is in de transportbranche. Het bedrijf kan volgens het hof dus niet zeggen dat niet duidelijk was wat het moest doen.
Dat de gevolgen van het voorschrift voor de afvaltransportbranche niet zijn meegewogen, en dat deze kosten moet maken om aan het voorschrift te voldoen, maakt niet dat het voorschrift onevenredig was. Tot slot oordeelt het gerechtshof ook dat het boetebedrag niet onevenredig is, omdat het in verhouding staat tot de ernst van de overtreding. De veiligheid van het verkeer werd hiermee immers in gevaar gebracht.