Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 09 oktober 2025

Rli: 'Overheidsdeelneming mogelijke oplossing plasticrecyclers'

De Nederlandse overheid is aandeelhouder in zo’n 350 bedrijven die onder meer een rol spelen in het realiseren van transitieopgaven. Desondanks gaan overheden hier terughoudend mee om, merkt de Rli. “De overheid hanteert een te smalle definitie van het begrip ‘marktfalen’, dit heeft onder meer effect op de plasticrecyclingsector.”

Jeanet van Antwerpen, Rli-raadslid en voorzitter van de commissie die het advies heeft voorbereid.
Jeanet van Antwerpen, Rli-raadslid en voorzitter van de commissie die het advies heeft voorbereid. | Rob ter Bekke

De Rijksoverheid en overheidsinstanties, zoals gemeenten en provincies, zijn aandeelhouder in bijna 550 bedrijven. Het gaat hierbij om bedrijven als de Nederlandse Spoorwegen en Schiphol, maar ook AEB Amsterdam. Ruim 350 overheidsdeelnemingen verrichten belangrijk werk rond urgente opgaven in de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld door het realiseren van transitieopgaven zoals de circulaire productie en het versterken van de concurrentiepositie van strategisch belangrijke sectoren. Toch benutten overheden en overheidsinstanties de volledige potentie van deze bedrijven nog niet optimaal om publieke belangen in de leefomgeving te waarborgen. Dat stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in haar advies ‘Deelnemen zonder dogma’s’, dat ze vandaag (9 oktober) aan diverse ministeries heeft aangeboden. Namens de Rli is Jeanet van Antwerpen raadslid en voorzitter van de commissie die het advies heeft voorbereid.

Wat is voor de Rli de aanleiding geweest om met dit adviesrapport te komen?

"Eind 2022 presenteerde de Rli het adviesrapport ‘Financiering in transitie’, waarin naar voren kwam dat de transitie naar een circulaire economie draait om geld. Uit dit advies bleek niet alleen dat de financiële sector een belangrijke rol speelt in de transitie naar een circulaire economie, maar ook dat de Rijksoverheid mogelijkheden heeft om financiële instellingen te sturen. Daarnaast beschikt de overheid over andere manieren om de transitie naar een circulaire economie te stimuleren, namelijk met subsidies en normeringen, maar ook door aandeelhouder in een bedrijf te worden. In ons advies hebben we de relatie onderzocht tussen de Nederlandse overheid en de bedrijven waarin zij aandeelhouder zijn."

Bijna 550 overheidsdeelnemingen. Dat klinkt niet veel.

"We hebben gemerkt dat de overheid de afgelopen decennia terughoudend is geweest om aandeelhouder bij een bedrijf te worden. Dit komt, denken wij, onder andere door het faillissement van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij in de jaren 80, dat een soort onverwerkt trauma is geworden. Dit is een paar jaar geleden weer opgerakeld bij de financiële problemen van afvalbedrijf AEB. Door deze slechte ervaringen associëren veel betrokkenen bij de overheid deelnemingen met financiële risico’s en politieke problemen.

Overheidsdeelnemingen bieden echter ook kansen. Zo biedt het aandeelhouderschap overheidsinstanties de mogelijkheid om in te spelen op snel veranderende omstandigheden rond het bedrijf, bijvoorbeeld door haar invloed uit te oefenen bij het formuleren van een nieuwe ondernemingsstrategie voor de lange termijn door het bedrijf. Met ons advies pleiten we ervoor dat de overheden met een open en frisse benadering ook de optie van deelneming meenemen, bijvoorbeeld bij de transitieopgave naar een circulaire productie."

In het advies staat dat overheidsdeelname potentie heeft bij circulaire afvalverwerking. Kunt u dat toelichten?

"Op grond van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn bedrijven verplicht om zorg te dragen over de inzameling en het hergebruik van onder meer verpakkingen, batterijen en textiel. In ons advies 'Weg van de wegwerpmaatschappij' hebben we eerder vastgesteld dat hier nog weinig van terechtkomt, omdat de UPV-eisen op het gebied van hoogwaardige recycling niet hoog genoeg zijn en omdat een beter productontwerp en hergebruik voor producenten nog niet loont. Een bedrijf waarvan de overheid en betrokken producenten aandeelhouders zijn, kan in potentie zorgen voor de realisatie van de doelstellingen."

Het advies stipt ook kort de problematiek bij recyclingbedrijven aan, met name plasticrecyclingbedrijven. Kunnen overheidsdeelnemingen voor deze bedrijven een oplossing zijn?

"Allereerst, wij geven slechts een advies aan de overheid en de ministeries. De vele faillissementen in de plasticrecyclingsector zijn een schrijnend voorbeeld van marktfalen. De overheid hanteert echter een te smalle definitie van marktfalen. Ze benoemt vier vormen van marktfalen, waaronder marktmacht en externe effecten. Wij zien dat er nog andere verschijningsvormen van marktfalen bestaan, waaronder transitiefalen. Zo heeft de plasticrecyclingsector te maken met een onvolledige markt, omdat de normen zijn gericht op primair plastic. Dit is kenmerkend voor duurzaamheidstransities en veelal moeten voorlopende marktpartijen - zoals recyclingbedrijven - wachten tot de vraag op gang is gekomen. Afwachten vertraagt echter de transitie en daarmee ook de realisatie van publieke belangen, zoals de omslag van afval naar grondstof.

Veel overheden en ook Tweede Kamerleden zijn echter niet voldoende op de hoogte van deze vorm van marktfalen. Ons advies aan overheden en Tweede Kamerleden is om bij het stimuleren van recycling niet enkel te kijken naar subsidies en normeringen, maar ook naar creatievere oplossingen. Een overheidsdeelneming kan zo'n oplossing zijn."