Een met restmaterialen frauderende medewerker van PVC-producent Shin-Etsu kan na zijn ontslag op staande voet een miljoen euro aan vergoedingen definitief op zijn buik schrijven.
Het Japanse Shin-Etsu PVC, gevestigd in Amsterdam, besloot begin 2024 een productieassistent op staande voet te ontslaan wegens fraude met restmaterialen. De assistent, die al sinds 1977 in dienst was bij het bedrijf, zou betrokken zijn geweest bij het verduisteren van restmaterialen uit de fabriek. Hij zou ervoor hebben gezorgd dat materiaal niet in gecontracteerde containers terecht kwam, maar in containers van een derde (Van Leeuwen/DCC). Om het materiaal in de illegale containers van het terrein te krijgen zou hij opdracht hebben gegeven voor het maken van poortbewijzen. Contante gelden die hem dit opleverde zou hij onder andere hebben aangewend voor etentjes en uitjes met collega’s, en het geven van contant geld aan een collega.
In het kader van een onderzoek door bedrijfsrecherchebureau Hoffmann erkende de productieassistent betrokkenheid bij de verduistering. En met het ontslag kon hij leven. Maar voor de rechter eiste hij wel transitievergoeding van 189.315,27 euro bruto, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van 63.835,92 euro bruto en een billijke vergoeding van 671.763,86 euro bruto. Tamelijk brutaal, zou je zeggen. Maar bij een beoordeling van de zaak kwam een kantonrechter desalniettemin tot het oordeel dat de medewerker recht had op zo’n 150.000 euro aan vergoedingen. Het ontslag op staande voet zou niet rechtsgeldig zijn, omdat het niet onverwijld is gegeven [er zou te lang zijn gewacht met het ontslag, red.]. Een kwart van de wettelijke transitievergoeding zou op zijn plaats zijn, omdat de medewerker nog maar kort van zijn pensioendatum verwijderd was én een ‘relatief kleine misstap’ zou hebben gemaakt.
In hoger beroep trokt Shin-Etsu vlak voor Kerst echter toch nog aan het langste eind bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof ziet dat het onderzoek van Hoffmann vanaf de eerste mondelinge klokkenluidersmelding circa vier maanden geduurd. Vervolgens heeft Shin Etsu voldoende voortvarend gehandeld met het onderzoek. Het ontslag op staande voet is daarmee wel degelijk onverwijld gegeven.
Het zeer lange dienstverband van de productieassistent maakt wat het hof betreft niet dat deze recht heeft op een transitievergoeding. Het hof ziet juist dat de ontslagen medewerker op “geraffineerde wijze een fraude heeft opgezet” en daarvan gelden toegeëigend. Dat hij zou hebben opgetreden als “een moderne Robin Hood” is niet aannemelijk geworden maar levert ook zeker geen rechtvaardiging op, zo oordeelt het hof.