Categorie: Regels, toezicht en rechtspraak | Gepubliceerd: 12 januari 2026

Schroothandelaar moet betalen voor afvoer achtergebleven vuil

Nadat een samenwerking tussen schroothandelaren KB Schroot en Eurise ten einde kwam, bleef er een lading vuil achter in de terminal van KB Schroot. Eurise is verantwoordelijk voor de afvoer daarvan, oordeelt de rechtbank.

KB Schroot werkte enkele jaren als schroothandelaar voor het Zwitserse bedrijf Eurise. Daarbij werden partijen schroot van Eurise aangeleverd bij een terminal van zusterbedrijf KB Verhuur in het Amsterdamse havengebied. Nadat de samenwerking in 2023 ten einde kwam, bleef een partij vuilfractie achter in de terminal. Volgens KB Schroot was deze vuilfractie nog eigendom van Eurise, en moest het bedrijf dus betalen voor de afvoer ervan. Tijdens de samenwerking voerde KB Schroot vaker vuilfracties van Eurise af, en werd daar gewoon voor betaald. Eurise betwistte echter de eigenaar te zijn van de overgebleven vuilfractie, en weigerde opdracht te geven voor afvoer. Nadat beide partijen hun zaak voor de rechtbank in Amsterdam bepleitten, gaf de rechter KB Schroot (grotendeels) gelijk.

Zowel KB Schroot als Eurise voerden berekeningen aan om hun standpunt te ondersteunen. Een complicerende factor is dat de twee partijen tijdens hun samenwerking altijd handelden op basis van visuele inschattingen van de vervuiling. De aangevoerde fracties schroot en de afgevoerde fracties vervuiling werden zelden gewogen. Daardoor bevat het dossier weinig objectieve aanknopingspunten voor het totaal gewicht van de overgebleven vuilfracties. Toch acht de rechter uiteindelijk de berekeningen van KB Schroot het meest betrouwbaar. Daarmee is volgens de rechtbank Amsterdam bewezen dat ruim 2.847 ton aan vuilfracties afkomstig is van Eurise. De Zwitserse grondstoffenhandelaar moet KB Schoot 469.758 euro betalen voor de afvoer daarvan, plus de wettelijke rente.

KB Schroot vorderde ook een schadevergoeding omdat het geen nieuwe fracties aan kon nemen voor het deel van de terminal waar het vuil van Eusider nog lag. De rechtbank wijst dit af omdat er geen bewijs is dat KB Schroot opdrachten moest afwijzen. Als er al sprak zou zijn van schade, zou bovendien KB Verhuur als verhuurder van de terminal de schadelijdende partij zijn, en niet KB Schroot.