Opslag van plantenafval in de bollenteelt geeft meer kans op de groei van de resistente vorm van Aspergillus fumigatus, een schimmel die groeit op dood plantenmateriaal.
Deze resistentie ontstaat door aanpassingen van de schimmel als deze wordt blootgesteld aan schimmelwerende stoffen (azolen). Een voor de hand liggende preventieve maatregel zou daarom zijn de opslag van plantenafval in de bollenteelt te voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM.
In dit onderzoek is gekeken naar factoren die de ontwikkeling van resistentie van de schimmel Aspergillus fumigatus beïnvloeden in plantenafval uit de bollenteelt. Anti-schimmelmiddelen, de azolen, worden gebruikt in de bollenteelt en in vele andere toepassingen. Resistentie van de schimmel ontstaat al bij zeer kleine hoeveelheden van deze azolen. Ook blijkt dat alle gebruikelijke typen azolen deze resistentie kunnen veroorzaken.
Aspergillus fumigatus maakt grote hoeveelheden sporen die in de lucht komen die mensen vervolgens kunnen inademen. Voor gezonde mensen vormt dit geen gevaar, maar voor personen met een verzwakt immuunsysteem kan dit zorgen voor ernstige longinfecties. De azolen waarmee Aspergillus fumigatus wordt bestreden (medicinale azolen) lijken erg op de azolen die in de landbouw en voor andere toepassingen gebruikt worden. Deze medicinale azolen werken echter steeds minder goed, omdat in patiënten steeds vaker resistente Aspergillus fumigatus wordt aangetroffen.
In 2017 waarschuwde het RIVM al dat locaties met bedrijfsmatige compostering meer kans hebben dat de resistente schimmel Aspergillus fumigatus zich er ontwikkelt. Het regelmatig omleggen van de composthopen kan mogelijk helpen, adviseerde het instituut destijds.