Categorie: Column | Gepubliceerd: 24 april 2004

Gescheiden GFT-inzameling, 'n discussie?

In de afgelopen maanden was de vraag aan de orde of de wettelijke verplichting tot het gescheiden inzamelen van groente-, fruit- en tuinafval in stand moet blijven. Het Afval Overleg Orgaan (AOO) staat te trappelen om VROM te adviseren deze verplichting te schrappen. Maar omdat de roep vanuit de samenleving om deze verplichting te handhaven steeds luider wordt, heeft het AOO besloten zijn definitieve advies aan de staatssecretaris voorlopig uit te stellen tot september. In de komende maanden kan nog wat achterstallig huiswerk worden gemaakt.
Het begon ruim tien jaar geleden. Toenmalig minister Alders van VROM besloot om met ingang van 1 januari 1994 de gescheiden inzameling van GFT-afval wettelijk te verplichten. Composteren is milieuvriendelijk, kost minder dan verbranden en staat hoger op de Ladder van Lansink dan verbranden en storten.
Door dit beleid is er in de afgelopen tien jaar veel gebeurd. Zo heeft zich een nieuwe bedrijfstak ontwikkeld, is er geïnvesteerd in installaties en heeft innovatie plaatsgevonden. Daarnaast heeft de overgrote meerderheid van zowel gemeenten als burgers zich de scheidingsplicht, constructief en zonder gemor, eigen gemaakt.
Toch lijkt het AOO gedreven om hieraan een einde te maken. Het zou voor het milieu niet zoveel uitmaken of er verbrand dan wel gecomposteerd wordt, terwijl deregulering en liberalisering de wettelijke verplichting overbodig zouden maken.
Maar waar gaat het nu over? Het besluit om GFT-afval te gaan scheiden is niet alleen een succes geworden, maar heeft Nederland een voorsprong gegeven. Het scheiden van het huishoudelijk afval in een GFT-fractie en een reststroom leidde niet alleen tot lagere toetredingsdrempels, maar ook tot meer spelers, meer concurrentie en een lager prijsniveau. Het weer op één hoop gooien van deze twee stromen zal een omgekeerde beweging veroorzaken. Een ander belangrijk punt waar het AOO makkelijk overheen lijkt te stappen betreft de communicatie met de burgers. Het afschaffen van een verplichting, die destijds met veel overtuigingskracht is afgekondigd, vraagt veel begrip en flexibiliteit van de welwillende burger. Als hij nu zijn GFT-afval niet langer meer hoeft te scheiden, gaat hij niet alleen twijfelen, maar zal ook zijn bereidheid om een inspanning ten behoeve van het milieu te leveren, drastisch afnemen. Het kan zelfs wel onbedoelde effecten opleveren bij andere nuttige en succesvolle scheidingsinitiatieven. Dat is toch het laatste wat we willen.
De milieuvoordelen van gescheiden GFT-inzameling lijken groter dan aanvankelijk gedacht, de kosten zijn beduidend lager en er wordt geen wissel getrokken op de betrokkenheid van de burger. En dan hebben we het nog niet over de toegevoegde waarde van organische stof als bodemverbeteraar en de ziektewerende eigenschappen van GFT-compost voor gewassen, en, nu wordt het erg technisch, over de vastlegging van koolstofdioxide in de bodem in het kader van de zogenoemde Kyotodoelstellingen.
Het idee om de wettelijke verplichting te schrappen is daarom onnodig, onnuttig en onverstandig.


Vakblad Afval! april 2004 (nummer 3)


Auteur: André Donders
is directeur van de Vereniging Afvalbedrijven.