Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 23 maart 2022

UPV-beleid gekraakt: “De vervuiler bepaalt”

Onderzoek van de Universiteit Utrecht bevestigt voor de NVRD wat gemeentelijke en publieke afvalinzamelaars al langer wisten: het huidige UPV-beleid ondermijnt hun onderhandelingspositie met producenten/importeurs.

NVRD-driecteur Wendy de Wild vindt dat de invulling van UPV in Nederland beter en eerlijker kan en moet.
Foto: Bart van Dieken

“Het principe van 'de vervuiler betaalt' leidt nu tot 'de vervuiler bepaalt'”, zegt NVRD-directeur Wendy de Wild in een reactie op het onderzoek naar uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) in Nederland, waarvoor haar vereniging de Universiteit Utrecht opdracht gaf. “Het onderzoek laat zien dat wij als gemeentelijke inzamelaars in een houdgreep zitten en kunnen kiezen tussen iets of niets. Dat gevoel herkennen we. Het is goed dat dit nu wetenschappelijk is onderbouwd.”

Dat producenten verantwoordelijk worden gemaakt voor de inzameling van afval, roept in het rapport de vraag op in hoeverre zij ook volledig de spelregels, vergoedingen en inzamelinfrastructuur mogen bepalen. Gemeenten hebben volgens de onderzoekers nog steeds een belangrijke en maatschappelijke rol in het afvalbeheer; zij hebben een wettelijke zorgplicht inzake afvalinzameling, scheiding en handhaving. Deze zorgplicht gaat over alle afvalstromen, terwijl de producentenverantwoordelijkheid wordt begrensd tot het halen van specifieke recyclingdoelen en dan ook nog voor alleen de eigen afvalstroom. De kosten voor inzameling en scheiding worden daardoor nog grotendeels gedragen door inwoners. Toch zijn noch gemeentelijke inzamelaars noch gemeenten in de bestaande praktijk een formele partij bij het tot stand komen van UPV. De NVRD noemt dit “principieel onjuist en onverstandig”.

Ongelijk speelveld

Gemeenten en hun publieke inzamelaars moeten in Nederland zelf onderhandelen met producenten over een dekkende vergoeding. Voor elke stroom met andere marktpartijen zonder aan de voorkant een gelijkwaardige positie meegekregen te hebben. Het Rijk heeft dit niet geregeld en neemt hierin geen enkele rol, constateert de NVRD.

De NVRD geeft verder aan geschrokken te zijn van enkele andere conclusies uit het onderzoek over het instrument UPV. Dit instrument moet eraan bijdragen dat al bij het ontwerpen en produceren rekening wordt gehouden met efficiënt gebruik van grondstoffen en met de mogelijkheid voor reparatie, hergebruik, reductie en recycling. Het rapport stelt dat “door een enkelzijdige focus op kostenefficiëntie producentenverantwoordelijkheid in slechts beperkte mate zorgt voor prikkels om materialen en grondstoffen zo duurzaam mogelijk in te zetten.” Ook stellen de onderzoekers dat de Rijksoverheid over onvoldoende kennis beschikt en afhankelijk is van monitoring en data van de producenten voor handhaving op diezelfde producenten.

Het zijn pittige conclusies, te meer omdat het Rijksbeleid voor een circulaire economie voor een belangrijk deel is gestoeld op producentenverantwoordelijkheid. Naast producentenverantwoordelijkheid op onder meer verpakkingen, elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en matrassen werkt het Rijk op dit moment aan producentenverantwoordelijkheid voor textiel en zwerfafval.

Aanbevelingen

De NVRD laat weten vanmiddag (23 maart) nog een brief naar verantwoordelijk staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) te sturen met aanbevelingen voor een beter en eerlijker UPV-beleid. Tijdens het Gemeentelijk Grondstoffencongres dat de NVRD morgen (24 maart) organiseert, in samenwerking met de VNG, is de invulling van UPV ook een belangrijk thema. In een van de sessies spreekt directeur Wendy de Wild samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht over de rol van gemeenten bij producentenverantwoordelijkheid. In een tweede sessie wordt ingezoomd op de UPV voor textiel. Op het congres worden ongeveer 500 bezoekers verwacht.

Meer informatie:

» Eindrapport UPV-onderzoek UU