Categorie: beleid & uitvoering | Gepubliceerd: 10 oktober 2019

Zorgen over export plastic afval naar niet-Oeso-landen

Sinds de Chinese importrestricties voor buitenlands afval ziet staatssecretaris Stientje van Veldhoven de export van plastic afval vanuit Nederland licht afnemen. Naar landen als Indonesië, Maleisië en Vietnam groeide de export echter.

Van Veldhoven maakt zich zorgen over de export van moeilijk te recyclen plastic naar niet-Oeso-landen.
Foto: Erik De Graaf | Dreamstime.com

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat dat de export van plastic afval naar China is afgenomen van 69,8 kton in 2017 naar 1,0 kton in 2018. De export naar Indonesië nam in die periode echter toe van 1,4 naar 25,0 kton, die naar Maleisië van 2,9 naar 8,1 kton en die naar Vietnam van 9,4 naar 14,3 kton. De export naar Turkije groeide van 5,2 naar 16,3 kton.

De Kamer had de staatssecretaris eerder gevraagd naar de ontwikkelingen in de export van plastic afval vanuit Nederland naar Zuidoost-Azië sinds China importrestricties voor buitenlands afval heeft ingevoerd. De staatssecretaris gaf toen al aan dat ze het exporteren van moeilijk te recyclen (plastic) afval naar landen buiten de EU niet wenselijk vindt. Daarom zet ze in op een toename van de recyclingcapaciteit in Europa.

De export van plastic uit Nederland is als gevolg van de Chinese importrestricties over de hele linie afgenomen van 402,5 kton in 2017 naar 358,8 kton in 2018. Volgens de staatssecretaris constateren recyclers in Nederland een toename van voor recycling aangeboden plastic afval. De grootste export van plastic afval blijft naar de ons omringende landen gaan, te weten: Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, maar er gaat dus ook meer afval richting landen in Zuidoost-Azië, al lijkt die stroom volgens de staatssecretaris de laatste maanden te stagneren.

Gezien de ontwikkelingen schrijft de staatssecretaris verheugd te zijn dat tijdens de Cop-14 van het Verdrag van Bazel dit voorjaar meer dan 180 landen, waaronder Nederland, een voorstel hebben aangenomen om administratieve eisen aan transport van plastic afval aan te scherpen. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2021 alleen nog eenvoudig te recyclen plastic afval vanuit de EU naar niet-Oeso-landen mag worden geëxporteerd. Zelf heeft de staatssecretaris tijdens de G20 over circulaire economie en plastic zwerfafval de problemen rond de export aan de orde gesteld en aandacht gevraagd voor een toename van de recyclingcapaciteit in Europa.

In de brief van de staatssecretaris aan de Kamer schrijft ze over verschillende initiatieven die lopen in relatie tot de circulaire economie. Zo gaat ze in op het verbod op bepaalde wegwerpplastics in Frankrijk en waarom Nederland niet zomaar ook een dergelijk verbod kan invoeren, gaat ze in op een restrictievoorstel van Echa met betrekking tot opzettelijk toegevoegde microplastics en spreekt ze uit weinig te voelen voor een gemeentelijke recyclingdoelstelling waarvoor eerder in de Kamer werd gepleit.