De overheid koopt jaarlijks voor ongeveer 40 miljard euro in. Het inkoopbeleid moet duurzaam worden, en daarvoor zijn de criteria opgesteld.
De overheid wil daarmee niet alleen het goede voorbeeld geven, maar ook
duidelijk sturing aan de markt geven. Overigens is het beleid het gevolg
van de Europese richtlijn duurzaaminkopen. In alle EU-lidstaten gaan
overheden duurzaam inkopen. Nederland heeft nu voor tachtig productgroepen
criteria opgeteld. De inhoud van die criteria is overigens sterk
verschillend, van zeer uitgebreid tot meer een aantal aandachtspunten.
Consequente toepassing van deze criteria brengt het doel van het kabinet -
100% duurzaam inkopen in 2010 bij de Rijksoverheid - binnen handbereik.
Gemeenten, provincies en waterschappen hebben iets langer de tijd nodig om
tot 100% duurzaam inkopen te komen: gemeenten en provincies kopen volgend
jaar voor 75% duurzaam in, waterschappen voor 50%.
Van de tachtig productgroepen zijn er een aantal direct relevant voor de afvalsector. De inkoopcriteria die voor deze groepen gelden zijn opgesteld door een groep van stakeholders en staan vermeld op de website duurzaam inkopen van SenterNovem. Het gaat om de groepen Huishoudelijk afvalbeheer, Reiniging openbare ruimte (excl. groenvoorzieningen) , Straatmeubilair en Riolering . In tweede instantie zijn er nog de groepen Onderhoud aan transportmiddelen, Zware voertuigen, Brandstoffen en ook Externe adviesdiensten.
Als hulpmiddel bij het gebruik van criteriadocumenten is er een handleiding duurzaam inkopen gemaakt voor inkopers en andere betrokkenen bij inkoopprocessen bij overheden. In de handleiding staat hoe duurzaamheid een plek kan krijgen in de verschillende fases voor, in en na het inkoopproces. Ook wordt het gebruik van verschillende criteria, zoals geschiktheideisen en gunningcriteria, verder toegelicht.