In diepe ravijnen voor de kust van Californië hebben biologen veel afval gevonden: vissersnetten, plastic afval, bierflessen en zelfs een gootsteen.
In vergelijking met drijvend afval dat zich tussen de het wateroppervlak en de zeebodem bevindt, veroorzaakt zinkend afval minder problemen. In sommige gevallen wordt het afval zelfs door dieren gebruikt als huizen. “Het afval maakt deel uit van het leefgebied”, legt bioloog Diana Watters uit. “Of zeedieren gebruiken het als huis, of de rotzooi zorgt ervoor dat zeedieren omkomen.” Toch kan het zijn dat als vissers hun netten of kooien verliezen, dieren vast komen te zitten of het afval opeten. Ze kunnen dan doelloos onder water sterven.
Biologen gebruikten camerabeelden van de onderzeeër Delta om de
ernst van de situatie in te schatten. De beelden zijn op een diepte van
twintig tot 365 meter gemaakt en laten veel afval zien. Een nieuw
onderzoek staat klaar om te kijken hoe vissen beter beschermd kunnen
worden.
In de tussentijd wordt gekeken naar verbetering van de communicatie tussen
vissers en de plaatselijke milieu-organisatie. Bij verlies van visgerei
worden deze zo spoedig mogelijk ingelicht, zodat kan worden gekeken hoe
het teruggehaald kan worden.