Er komt een overgangsperiode voor de toepassing van gerecycled plastic uit landen buiten de EU, dat meetelt in de hoeveelheid recyclaat in plastic drankflessen.
Tot 21 november 2027 telt alleen in de EU geproduceerd gerecycled materiaal uit post-consumer afval mee in de berekening en de verificatie van het gehalte gerecycled plastic in plastic drankflessen. Vanaf 21 november 2027 kan gerecycled materiaal uit Oeso-landen hiervoor ook in aanmerking komen, maar dan moet het wel afkomstig zijn van post-consumer afval en voldoen aan de eisen van milieuvriendelijk afvalbeheer volgens de EU-verordening overbrenging afvalstoffen (Evoa). Dit staat in een ontwerp-uitvoeringsbesluit, dat de Europese Commissie eind december aan de EU-lidstaten heeft voorgelegd. Vlak voor Kerstmis liet de Commissie in het winterpakket al weten de zogeheten massabalansberekening te willen aanpassen, om plasticrecyclers te helpen.
In het ontwerpbesluit staat ook dat gerecycled materiaal uit niet-Oeso-landen alleen mag worden meegeteld in de zogeheten massabalansberekening, als er een bindende overeenkomst bestaat die garandeert dat de recycling is gebaseerd op post-consumer afval, dat de verwerking voldoet aan de milieu- en gezondheidsnormen in de EU-kaderrichtlijn Afvalstoffen en dat het betreffende land een alomvattend nationaal afvalbeheersysteem heeft inclusief doelstellingen rond de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, hergebruik en recycling.
De Duitse brancheorganisatie BDE laat weten blij te zijn met de erkenning van ‘Made in Europe’-gerecycled plastic. BDE-directeur Anja Siegesmund: "Het feit dat de Commissie nu, in ieder geval tijdelijk, bepaalt dat alleen gerecycled materiaal uit de EU meetelt voor het behalen van de quota voor het gebruik van gerecycled materiaal, is een belangrijke en dringend noodzakelijke impuls voor de recycling van kunststoffen in Europa. De periode tot eind 2027 waarin alleen EU-gerecyclede materialen kunnen worden meegeteld in de massabalansberekening, is noodzakelijk om de plasticrecycling in de EU te beschermen.”
Ook is ze erg te spreken over de regelgeving die bepaalt dat gerecyclede kunststoffen in principe afkomstig moeten zijn van post-consumer afval. “Alleen de recycling van consumentenafval leidt tot innovatie en investeringen in recycling, omdat productieafval over het algemeen direct in het productieproces kan worden teruggevoerd zonder complexe bewerkingen”, vindt Siegesmund.
BDE pleit nog wel voor een aanvullend economisch stimuleringsmechanisme: een financiële beloning zodra het gebruik van ‘Made in Europe’-plasticrecyclaat de verplichte minimumquota overschrijdt. Dit kan bijvoorbeeld door de UPV-bijdragen per product aan te passen aan de hoeveelheid gebruikte EU-gerecyclede materialen. “Alleen met duidelijke regels, een betrouwbare vraag en eerlijke concurrentie kan de Europese kunststofrecyclingsector zijn investeringen veiligstellen en een echte bijdrage leveren aan de circulaire economie”, legt Siegesmund uit. “De EU moet Frankrijk als voorbeeld nemen: daar krijgen fabrikanten van kunststofproducten aanzienlijke financiële kortingen op hun producentenverantwoordelijkheidsbijdragen als ze gerecyclede kunststoffen uit Frankrijk gebruiken.”
In haar ontwerpbesluit staat de Commissie ook chemische recycling toe en daar heeft milieuorganisatie Rethink Plastic kritiek op. Fanny Rateau van Rethink Plastic: “Het concept van ‘chemische recycling’ is gebaseerd op zeer twijfelachtige technologieën. Pyrolyse wordt gekenmerkt door een lage opbrengst, een laag rendement, een hoog energieverbruik en broeikasgasemissies. Het zou daarom moeten worden beschouwd als terugwinningstechnologie in plaats van recycling. Daarom hebben we de Commissie dringend verzocht deze en andere chemische-recyclingtechnologieën niet te promoten.”
Een gedetailleerde analyse van de specificaties voor de massabalansprocedure, zoals opgenomen in het ontwerp, is nog in behandeling.