Volgens de EU-verordening Verpakkingen en Verpakkingsafval is een product van plastic als het product meer dan 5 procent polymeren bevat, de zogeheten ‘5 procent’-norm. Als Nederland die norm loslaat, is er geen gelijk EU-speelveld meer. Wel moet er een EU-testprotocol komen.
Verpakkingsunie Nederland (VUNL) verzoekt demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) nadrukkelijk om de ‘5 procent’-norm voor polymeren van toepassing te verklaren op alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Dus ook bakjes en bekers, zonder product- of categorie-uitzonderingen. De brancheorganisatie voor bedrijven in de verpakkingsindustrie pleit nadrukkelijk voor een beleidsmatig aansluiting van de Nederlandse uitvoering van de Sup-richtlijn bij de EU-verordening Verpakkingen en Verpakkingsafval. Als dit niet gebeurt vreest ze dat het selectief uitsluiten van productgroepen leidt tot marktverstoringen en juridisch moeilijk verdedigbare verschillen binnen de interne EU-markt.
Dit heeft VUNL laten weten in reactie op een Kamerbrief van staatssecretaris Aartsen, vlak voor Kerstmis. Hierin gaf hij aan dat de controle op de ‘5 procent’-norm een knelpunt vormt voor de handhaving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en dat de ILT niet de aangewezen instantie is om testen op de ‘5 procent’-norm uit te voeren. De brancheorganisatie is het hier niet mee eens en pleit voor een objectieve en juridisch houdbare handhaving. Daarnaast geeft VUNL aan graag met de ILT en de ambtenaren van IenW in gesprek te gaan om te komen tot een tijdelijke overgangsperiode om dit knelpunt op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld met de invoering van een tijdelijk nationaal testprotocol voor de ‘5 procent’-norm.
Daarnaast verzoekt de brancheorganisatie Aartsen om bij de Europese Commissie actief aan te dringen op de ontwikkeling van een EU-testprotocol voor de toepassing van plasticvrij materiaal. VUNL beschouwt zo’n protocol als essentieel om de doelstellingen van de EU Green Deal op een uitvoerbare en economisch verantwoorde wijze te realiseren.
Volgens VUNL is de norm uit de EU-verordening Verpakkingen en Verpakkingsafval niet alleen uitvoerbaar voor de branche, maar ook noodzakelijk om een gelijk EU-speelveld te behouden. Bij het loslaten van de norm verdwijnt een geharmoniseerd EU-beoordelingskader en ontstaat een nationale uitzonderingspositie. Dit plaatst Nederlandse ondernemers structureel op achterstand ten opzichte van concurrenten in andere lidstaten.