Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 01 juli 2026

Afvalsector slaat terug: 'Economische prikkels naar voorkant keten'

Verpact heeft een rapport van CE Delft aangegrepen om nadrukkelijk te pleiten tegen een nationale verpakkingsbelasting. Het rapport zelf geeft echter een veel genuanceerder beeld.

Verpact ziet conclusies in CE Delft -rapport die er niet zijn, vindt Wouter van Aggelen van Remondis Nederland.
Verpact ziet conclusies in CE Delft -rapport die er niet zijn, vindt Wouter van Aggelen van Remondis Nederland. | Dreamstime | Maria Weidner

Een dag voordat het commissiedebat Circulaire Economie plaatsvindt, gebruikte Verpact gisteren (30 juni) het rapport ‘Belasting van eenmalige verpakkingen’ van CE Delft om te pleiten tegen een nationale verpakkingsbelasting en voor het verhogen van lasten voor de afvalsector en daarmee de aanval op de Werkgroep Afvalsector te openen. Deze werkgroep tipte het kabinet eind vorig jaar over het belasten van verpakkingen om de fiscale druk op de afvalsector te verminderen en tegelijkertijd de circulaire economie verder te helpen.

Hoewel Remondis Nederland niet in deze werkgroep zat, voelde Wouter van Aggelen wel de noodzaak om op Verpact te reageren. In een uitgebreide reactie op LinkedIn laat hij weten dat het rapport van CE Delft een veel genuanceerder beeld geeft. “Het rapport concludeert helemaal niet dat een verpakkingsbelasting onwenselijk is. Integendeel: een goed vormgegeven verpakkingsbelasting kan een prijsprikkel voor het gebruik van recyclaat creëren en daarmee bijdragen aan de doelstellingen van een Europese Verordening verpakkingen en verpakkingsafval”, schrijft hij.

Daarnaast geeft Van Aggelen aan dat CE Delft het belang van stabiliteit en voorspelbaarheid benadrukt. “Zo staat er: ‘Bij een nieuwe verpakkingenbelasting is het van belang om direct bij de aankondiging helderheid te geven over de vormgeving en tarieven. Dit kan bijvoorbeeld door tarieven voor meerdere jaren vast te leggen en aan te geven op welke vaste momenten het tarief wordt herzien.’”

Heffingen

Wat hij nóg opvallender vindt, is dat Verpact het rapport van CE Delft ook gebruikt om te suggereren dat beprijzing beter bij de afvalsector kan plaatsvinden. “Die conclusie lees ik nergens. CE Delft merkt op dat een heffing bij afvalverbranding uitvoeringstechnisch relatief eenvoudig kan zijn. Dat is iets anders dan concluderen dat daar ook de meest effectieve economische prikkel voor circulariteit hoort te liggen.”

Hierbij betrekt hij ook de brief die minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei vorige week naar de Tweede Kamer stuurde. Hierin staat dat het kabinet nadrukkelijk kiest voor een waardeketenbenadering, waarin circulariteit wordt gekoppeld aan industriebeleid, grondstoffenzekerheid en strategische autonomie. De focus verschuift naar de voorkant van de keten: ecodesign, vraagcreatie, verplichte toepassing van recyclaat, producentenverantwoordelijkheid en Europese productregelgeving. “Als dat echt de nieuwe koers is, dan zou het fiscale instrumentarium die beweging moeten volgen”, geeft Van Aggelen aan. “De discussie over de alternatieven voor 567 miljoen euro extra lasten voor afvalbedrijven is daarom een eerste test. In plaats van de druk vrijwel volledig aan het einde van de keten te leggen – met het risico dat juist de circulaire infrastructuur in Nederland onder druk komt te staan – ligt het veel meer voor de hand om economische prikkels te verdelen over de hele waardeketen. Dáár worden immers de materiaal- en ontwerpkeuzes gemaakt die uiteindelijk bepalen of circulariteit slaagt.”

Volgens Van Aggelen zou de vraag niet moeten zijn of we niet-duurzame activiteiten beprijzen, maar waar in de waardeketen die prikkels het grootste effect hebben. “Als we circulariteit daadwerkelijk als grondstoffen- en industriebeleid willen benaderen, dan ligt het voor de hand om ook de economische prikkels veel nadrukkelijker aan de voorkant van de keten te organiseren”, besluit hij zijn bericht.