Categorie: fiscaal | Gepubliceerd: 29 oktober 2019

Importheffing slecht voor het klimaat

De importheffing leidt tot extra uitstoot van broeikasgassen. Dat is duidelijk nu de CO2-berekeningen naar de gevolgen van een importheffing na een Wob-verzoek zijn gepubliceerd. Mogelijk dat het Nederlandse klimaat er op papier iets beter van wordt, maar de mate is in ieder geval erg onzeker. Niet transparant is gemaakt wat de bijeffecten van de maatregel zijn.

Het Ministerie van IenW heeft de berekeningen, de factsheet en de validatie van de CO2-besparing die de importheffing op brandbaar afval zou moeten opleveren deels openbaar gemaakt. Aanleiding is een verzoek daartoe van de redactie van het vakblad Afval!/AfvalOnline op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).

De vier documenten die nu openbaar zijn gemaakt, hebben betrekking op de CO2-berekening die de voorbereiding vormden voor de maatregelen in het zogenoemde Urgendapakket. Daarin staan maatregelen waarmee de regering de CO2-uitstoot in Nederland wil terugbrengen om te voldoen aan de Urgenda-uitspraak.

Ondanks dat de documenten nu wel zijn geopenbaard, geeft het Ministerie van IenW geen volledige transparantie. Grote delen van de documenten zijn onleesbaar gemaakt, omdat dit naar de mening van het ministerie informatie bevat van een ‘persoonlijke beleidsopvatting’ en niet die van de bewindspersoon. Daardoor blijven enkele bijeffecten en juridische gevolgen van een importheffing op brandbaar buitenlands afval in nevelen gehuld. De financiële consequenties en de nationale kosten zijn zelfs volledig zwart gemaakt. Daardoor is ook niet duidelijk wat onder nationale kosten wordt verstaan. Dat zouden bijvoorbeeld de gevolgen voor werkgelegenheid kunnen zijn.

Mate van CO2-reductie

De afvalstoffenbelasting ook invoeren op geïmporteerd afval levert volgens de berekeningen van het ministerie een reductie op van 1 Mton CO2. Maar de werkelijke reductie is veel minder, omdat de energie die de AEC's leveren dan op een andere wijze moet worden opgewekt. Dat zal op korte termijn met fossiele brandstoffen moeten gebeuren. Daardoor blijft er maar een netto-effect van 0,2 Mton CO2 reductie over.

Die uitkomst wordt door onderzoeksbureau CE-Delft ondersteund in de validatie die ze op het beleidsdocument heeft uitgevoerd. Het bureau is door het ministerie gevraagd om de zogenoemde factsheet te beoordelen. Deze factsheet was één van de vele factsheets over diverse maatregelen in het kader van Urgenda. Het onderzoeksbureau moest dat uitzonderlijk snel doen. Daarom beperkt de 'validatie' zich ook tot wat commentaar dat in de kantlijn van de factsheet is geplaatst. Van een gedegen doorrekening is geen sprake. Bovendien is de validatie uitsluitend gebaseerd op de factsheet, en niet op de CO2-berekening die er aan ten grondslag heeft gelegen en nu is gepubliceerd. CE-Delft komt ook tot de conclusie dat de besparing wel eens 0,2 Mton zou kunnen zjn, maar tekent daarbij aan dat de onzekerheid erg groot is en het zeker niet als een absoluut getal moet worden gezien. Het gaat namelijk om een verschil van twee onzekere, grote getallen: de fossiele emissie uit een AEC (die onzeker is door het onzekere aandeel biogeen) min het voordeel van elektriciteit- en warmteproductie van een AEC.

Maar bovenal tekent het bureau er bij aan dat dit alleen voor de Nederlandse situatie geldt. Het klimaat in brede zin schiet er niets mee op. Het afval dat niet meer geïmporteerd zal namelijk de komende jaren voor een groot deel gestort gaan worden. Dat leidt tot extra uitstoot van broeikasgassen, waardoor het mondiale effect negatief wordt. Kortom: een importheffing levert meer broeikasgassen op.

Kritiek

Aan de berekeningen die het ministerie heeft gebruikt vallen twee punten op. Ten eerste is HVC Alkmaar gebruikt als een soort van modelinstallatie. Logischer was geweest wanneer een landelijk gemiddelde zou zijn gebruikt, omdat iedere installatie nu eenmaal anders is en de verschillen groot zijn. Bovendien wordt ook het geïmporteerde afval door meerdere installaties verbrand, en neemt HVC Alkmaar daar zeker niet het leeuwendeel van in.
Experts waar de geopenbaarde stukken aan zijn voorgelegd wijzen echter op nog een belangrijkere fout. De berekeningen gaan uit van 47 kilo CO2 emissie per Giga-joule productie. Dat getal lijkt te zijn gebaseerd op het percentage niet-biogene energie. Dit is de energie die wordt opgewekt bij verbranden uit dat deel van het afval dat van niet-biogene oorsprong is. Maar de experts vinden dat een andere factor genomen moet worden, en wel de factor niet-biogeen CO2 die uit de schoorsteen komt. Het percentage energie van niet-biogene oorsprong is namelijk anders dan het percentage niet-biogeen in de emissies. Als je kijkt naar het niet-biogene deel in de emissies dan komt het gemiddeld over Nederland uit op ongeveer 39 kilo CO2/GJ. Al met al komen de experts uit de branche uit op een besparing van 0,03 tot 0,05 Mton CO2 per jaar als de gehele import van afval stopt. En die besparing is dus alleen in Nederland.

Moeizaam proces

De publicatie van de berekeningen van de CO2-reductie is een zeer moeizaam proces geweest waar zelfs de rechter aan te pas moest komen. Op 26 juli diende de redactie het verzoek in op basis van de Wob om de stukken die geleid hebben tot het instellen van een importheffing openbaar te krijgen. Nadat een eerste termijn al was gepasseerd werd ook de tweede deadline op 23 september niet gehaald. Toen werd aangegeven dat pas in de week van 11 november een beslissing genomen kon worden. Omdat inmiddels duidelijk was geworden dat er aan de CO2-berekeningen werd getwijfeld, werd door de redactie gevraagd eerst alleen die stukken op te leveren en eventueel later de rest. Omdat 23 september een finale datum was, is de rechter ingeschakeld voor een voorlopige voorziening. Die besliste dat uiterlijk 25 oktober een besluit moest worden genomen over het deelverzoek van de CO2-berekening. Uiteindelijk duurde dat dan nog tot 28 oktober. Eind deze week moet het ministerie van IenW van de voorzieningenrechter besluiten over de rest van de stukken van het Wob-verzoek.