Wat betekent het Belastingplan 2027 voor de circulaire economie, afvalexport, werkgelegenheid, Aramis, grondstoffenafhankelijkheid, onze energievoorziening en daadwerkelijk te verwachten belastingopbrengsten? Wat de Vereniging Afvalbedrijven betreft moet de Tweede Kamer op die vraag antwoord zien te krijgen.
Met de hogere CO2-heffing en afvalstoffenbelasting uit het Belastingplan 2027 zet het kabinet de investeringskracht, werkgelegenheid en afvalverwerking in Nederland op het spel. Daarvoor waarschuwt de Vereniging Afvalbedrijven (VA) deze week de leden van de Tweede Kamer. De vereniging wijst daarbij op onderzoek van PwC dat eerder al liet zien dat afval door oplopende tarieven snel uitwijkt naar het buitenland. Daardoor dreigen afvalstromen, waardevolle grondstoffen en CO2-uitstoot naar het buitenland te verdwijnen. In plaats van recycling en verduurzaming in Nederland te stimuleren, verzwakken de maatregelen de Nederlandse circulaire economie. De VA noemt het positief dat het kabinet de CO2-heffing iets heeft aangepast en de afvalstoffenbelasting iets lichter verhoogd dan eerder voorgenomen. Maar in de praktijk biedt dit geen oplossing, omdat de matiging van de tarieven zeer beperkt is en de sector daarmee geen perspectief biedt. Het kabinet presenteert haar aangepaste beleid ondertussen als een lastenverlaging voor de sector, maar de VA benadrukt dat het niets minder is dan een belastingverhoging van honderden miljoenen euro's per jaar, oplopend tot bijna een half miljard per jaar in 2035.
“Het onderzoek [van PwC, red.] laat zien dat een hogere CO2-heffing het aantrekkelijker maakt om afval in het buitenland te verwerken”, zegt VA-voorzitter Bart van de Leemput. “Als afvalstromen en bedrijvigheid de grens over gaan, blijven de verwachte belastingopbrengsten achter. Ook komen investeringen in verduurzaming, waaronder de aansluiting van afvalbedrijven op Aramis, in gevaar. Wij vragen de Tweede Kamer daarom de plannen opnieuw tegen het licht te houden en aan te passen.”
In een brief aan de Tweede Kamer vraagt de VA de leden om het kabinet op te roepen een onafhankelijke speelveldtoets en stresstest te laten uitvoeren naar de gevolgen van het volledige kabinetsvoorstel voor het de circulaire economie, afvalexport, werkgelegenheid, de businesscase van Aramis, grondstoffenafhankelijkheid, de Nederlandse energievoorziening en de daadwerkelijk te verwachten belastingopbrengsten.
Daarnaast zou de Kamer vast moeten houden aan de aangenomen motie-Stultiens c.s. en de extra heffingen voor de afvalsector zoveel mogelijk vervangen door alternatieve maatregelen die fossiele en lineaire productie en consumptie belasten. Kies in lijn met de voorstellen van de Werkgroep Afvalsector voor beleid dat investeringen, verduurzaming en circulariteit in Nederland stimuleert, vraagt de VA de volksvertegenwoordigers. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de voorstudies die door of in opdracht van het kabinet zijn gedaan.
Tot slot zou de Kamer zich moeten inspannen om een stapeling van nationale en Europese CO2-lasten te voorkomen. Bij de vormgeving van de nationale CO2-heffing moet ze rekening houden met de waarschijnlijk toekomstige opname van afvalverbrandingsinstallaties in het Europese emissiehandelssysteem EU ETS en met de beschikbaarheid van de benodigde infrastructuur voor CO2-afvang en -opslag. De Europese Commissie streeft naar een Europese CO2-markt. De inzet van de huidige maatregelen in het belastingplan passen daar zeker niet bij, stelt de VA.
De VA zet in haar brief ook nog even op een rij hoe desastreus de voorgenomen heffingen voor de afvalsector kunnen uitpakken. De vereniging wijst erop dat met de fors hogere heffingen (die ook een stuk hoger liggen dan in andere landen) er volgens PwC een enorme prikkel bestaat om afval te exporteren naar landen als Duitsland, België, Frankrijk en Scandinavië. Zowel het sorteren, recyclen als verwerken van afval in Nederland wordt relatief duur. Het kabinet erkent dat in het Belastingplan 2027, maar verbindt er tot teleurstelling van de VA geen consequenties aan. Onbegrijpelijk voor de vereniging, gezien het feit dat Nederland minder afhankelijk wil worden van primaire grondstoffen en meer materialen in de kringloop wil houden. Nu nemen de kosten toe en de investeringszekerheid in de sector neemt in de komende jaren af. Hiermee worden de circulaire doelen en de strategische autonomie van Nederland geraakt.
Ook waarschuwt de VA dat het kabinet ervan uitgaat dat de CO2-heffing afvalbedrijven stimuleert om te investeren in CO2-afvang en -opslag (CCS), via met name het opslagproject Aramis. De berekeningen van PwC laten echter zien dat export (al bij veel lagere heffingen dan nu door het kabinet voorgesteld) aanzienlijk goedkoper is. Hiermee komen de investeringen in CCS, en dus ook Aramis, onder grote druk te staan. Bovendien is de benodigde CCS-infrastructuur naar verwachting niet eerder dan 2031 beschikbaar. De heffingen drukken al eerder op de kasstromen en investeringsruimte van bedrijven. Hiermee biedt het kabinet de sector dus geen perspectief om te kunnen investeren in verduurzaming, terwijl de heffingen fors stijgen. In de komende jaren komen de investeringen van de sector om CO2 te leveren aan Aramis dus onder een enorme druk te staan. Het kabinet reserveert 1,3 miljard euro voor Aramis, maar voert tegelijkertijd beleid dat het project ondermijnt.
De belastingopbrengsten die het kabinet verwacht uit de CO2-heffing en afvalstoffenbelasting zijn volgens de VA niet realistisch, gezien er veel afval naar het buitenland zal verdwijnen. Door dit weglekken van afval zal de overheid bovendien inkomsten mislopen uit btw, loonbelasting en vennootschapsbelasting. Het kabinet houdt in zijn raming volstrekt onvoldoende rekening met deze verschuiving van economische activiteiten, banen en belastinggrondslag naar het buitenland. Verder is de klimaatwinst van invoering van de extra heffingen zeer onzeker. Buitenlandse verwerking van ons afval verlaagt de Nederlandse uitstoot op papier, maar zeker niet de mondiale uitstoot. Het afval wordt immers nog steeds verwerkt, alleen aan de andere kant van de grens. Daarbij is de kans groot dat afval in het buitenland minder duurzaam wordt verwerkt dan in Nederland, omdat Nederlandse afvalinstallaties tot de mondiale top behoren. De maatregel zal daardoor leiden tot CO2-weglek in plaats van daadwerkelijke CO2-reductie, verwacht de VA.
Tot slot ziet de VA investeringen, banen en energieproductie onder druk komen als gevolg van het voorgenomen kabinetsbeleid. De Nederlandse afval- en recyclingsector biedt werk aan circa 30.000 mensen en vele duizenden in aanpalende sectoren. Als grote hoeveelheden afval naar het buitenland verdwijnen, komen werkgelegenheid, verduurzamingsprojecten en de continuïteit van de Nederlandse afvalinfrastructuur onder grote druk te staan. Volumeverlies zal ook warmtenetten, lokale energievoorziening en industriële verduurzaming raken, terwijl bovendien de elektriciteitsvoorziening momenteel tegen capaciteitsgrenzen aanloopt bij windstil weer zonder zonneschijn, besluit de VA haar opsomming van kwalijke gevolgen.