De Nederlandse wetgeving voor plastic wegwerpverpakkingen blijkt in de praktijk niet altijd soepel toepasbaar. Vanaf 2027 worden de regels daarom aangepast.
In sommige omgevingen betekenen de nieuwe regels een versoepeling, op andere plekken worden de regels juist strenger. Daarmee wil demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat beter aansluiten bij de praktijk, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Voor kantoren en bedrijven bijvoorbeeld worden herbruikbare bekers de norm. De uitzondering voor wegwerpverpakkingen die ter plekke worden ingezameld en aangeboden voor recycling, wordt voor deze locaties afgeschaft. "Concreet betekent dit dat als je op kantoor werkt, je uit een herbruikbare beker drinkt. Je mag zelf kiezen of dat porselein, glas, hard plastic of wat dan ook is. Maar er staat in ieder geval bij de koffieautomaat op kantoor geen toren wegwerpbekers", aldus Aartsen.
Op andere plekken komt er juist meer ruimte voor het gebruik van wegwerpverpakkingen, hoewel nog steeds onder de voorwaarde dat deze worden ingezameld en gerecycled. Het gaat dan om plekken waar men ter plaatse iets eet of drinkt, maar ook rondloopt, waardoor hergebruik lastiger is. Zoals bijvoorbeeld gesloten evenementen, dagattracties, horeca (niet voor onderweg) en sportverenigingen. Voor horecabedrijven die consumpties voor onderweg aanbieden, blijven de regels hetzelfde. Deze bedrijven moeten herbruikbare verpakkingen aanbieden voor wie dat wil, maar wegwerpverpakkingen blijven ook toegestaan.
Daarnaast worden papieren bekers en bakjes met een plastic coating weer toegestaan. Deze zijn wel recyclebaar, maar niet te recyclen tot nieuwe voedselcontactmaterialen. De voorwaarden voor de uitzondering voor wegwerpverpakkingen worden daarom aangepast, van "hoogwaardige recycling" naar "recycling". Daarmee kunnen ondernemers die gebruik maken van deze uitzondering, kiezen voor alle bekers en bakjes die plastic bevatten en bedoeld zijn voor eenmalig gebruik. Hierbij is er geen ondergrens of bovengrens voor het percentage plastic in een beker of bakje. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan het plasticaandeel namelijk moeilijk vaststellen. Door hier geen voorwaarden aan te stellen, wordt de handhaving eenvoudiger.
Er is wel een wettelijk inzamelpercentage: om gebruik te maken van de uitzondering moest in 2025 80 procent van de verpakkingen worden ingezameld. In 2026 loopt dit op naar 85 procent en vanaf 2027 is minstens 90 procent inzameling verplicht.
Na de invoering van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de zomer van 2023 was al duidelijk dat de Nederlandse regels in de dagelijkse praktijk knelpunten opleverden. Bedrijven maakten veelvuldig gebruik van de ontwijkmogelijkheden die de wetgeving bood. Daarop werd binnen een half jaar al besloten dat er voorlopig niet gehandhaafd zou worden op de 'plastictaks' (een verplichte meerprijs voor wegwerpproducten). Uit een evaluatie van Berenschot, Arcadis en Ipsos kwamen verschillende knelpunten. De Tweede Kamer was ook duidelijk niet gelukkig met de wetgeving en nam eerder dit jaar een motie aan om deze meerprijs definitief van tafel te vegen.
Omdat de wetgeving voor plastic wegwerpbekers en -bakjes voortkomt uit de EU-Richtlijn voor plastic wegwerpproducten (beter bekend als de Sup-richtlijn), kunnen echter niet alle regels sneuvelen. Nederland heeft vanuit die Europese wetgeving nu eenmaal de plicht om wetgeving in te voeren die de hoeveelheid wegwerpplastics vermindert. Op basis van de evaluatie en gesprekken met partijen uit de betrokken sectoren, concludeert het kabinet dat er behoefte is aan meer duidelijkheid over en meer ruimte in de wetgeving. "Dat er de afgelopen jaren, in wisselende samenstellingen van de Kamer, meerdere moties zijn aangenomen over onderdelen van deze regelgeving, laat voor mij zien dat het draagvlak onder druk staat en dat de regels in de praktijk niet overal goed landen. Dit soort knelpunten wil ik adresseren door de regels te versimpelen en versoepelen", schrijft Aartsen.
De nieuwe wetgeving moet vanaf 1 januari 2027 van kracht worden. Het komende kalenderjaar wordt de wijziging in gang gezet, inclusief een consultatie. De ILT kan in 2026 echter al gaan handhaven gericht op dit nieuwe beleid. Dat betekent vooral dat er niet gehandhaafd wordt op de oude, strengere regels, of op kantoren en bedrijven die nu nog wegwerpverpakkingen gebruiken. Bedrijven krijgen zo een jaar de tijd om zich aan te passen.
De wetgeving voor plastic wegwerpproducten heeft hiermee nog niet per se een definitieve vorm gevonden. Zo voert onderzoeksbureau Rebel momenteel een onderzoek uit naar de daadwerkelijke duurzaamheid van bekers met een plastic coating ten opzichte van herbruikbare bekers. Dit onderzoek wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat geldt ook voor een onderzoek naar de interpretatie van de Sup-richtlijn in andere EU-lidstaten, en dan met name of zij die minder streng interpreteren dan Nederland, en een analyse door CE Delft van de daadwerkelijke reductie van de hoeveelheid plastic wegwerpbakjes en -bekers sinds 2022.
Daarnaast wil Aartsen bij de Europese evaluatie van de Sup-richtlijn graag vragen naar een Europees testprotocol, waarmee kan worden getest of gecertificeerd of een product echt plasticvrij is. Het Nederlands bedrijfsleven geeft namelijk aan hier behoefte aan te hebben.
Andere beleidsopties blijken te worden beperkt door het beperkte budget dat het Ministerie van IenW heeft voor de transitie naar een circulaire economie. Dat geldt voor het ondersteunen van kleine organisaties bij het voldoen aan de Sup-regelgeving, en het verstrekken van leningen voor de aanschaf van hergebruiksystemen en de Subsidieregeling Circulair Implementeren en Opschalen. Deze werden voorgesteld in de evaluatie, maar door een gebrek aan budget kan het ministerie hier niet mee aan de slag.