Ook gezien het harde werk van de afvalsector zelf wil staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën “een ultieme poging doen” om bij de voorjaarsbesluitvorming duidelijkheid te verschaffen over heffingen die de afvalsector nog boven het hoofd hangen.
In het commissiedebat Fiscaliteit in de Tweede Kamer ging het woensdagmiddag vooral over Box 3, de suikertaks en brandstofaccijnzen. Maar gelukkig voor de afvalsector vroegen de commissieleden Henk-Jan Oosterhuis (D66) en Luc Stultiens (GL-PvdA) staatssecretaris Eerenberg ook naar de fiscale nachtmerrie die de afvalsector op dit moment boven het hoofd hangt. De Kamer nam eind vorig jaar een motie aan die het kabinet vraagt om de budgettaire opgave van 567 miljoen euro die is ontstaan door het schrappen van de plasticheffing niet alleen te dekken met heffingen die neerslaan in de afvalsector, maar bijvoorbeeld met alternatieven die inmiddels door de Werkgroep Afvalsector zijn aangereikt en ook (producerende) bedrijven aan de voorkant van ketens raken. Hoe staat het met de uitvoering van die motie wilden Oosterhuis en Stultiens weten.
Eerenberg gaf daarop aan erg blij te zijn met de voorstellen van de Werkgroep Afvalsector en noemde deze zelfs “dapper”, omdat ze elders in circulaire ketens voor pijn zorgen. Aan een oordeel over de alternatieve maatregelen wilde hij zich niet wagen. Dat is allereerst voer voor een discussie met zijn collega in het kabinet minister Stientje van Veldhoven, die over het circulaire-economie- en industriebeleid gaat. Na de zomer wilde hij er met de minister wel op terugkomen in een Kamerbrief.
Die toezegging schoot echter in het verkeerde keelgat bij Oosterhuis. De 567 miljoen euro aan heffingen hangen de afvalsector op dit moment als een zwaard van Damocles boven het hoofd. De sector heeft sneller duidelijkheid nodig, stelde hij. Het commissielid wees er nog maar eens op dat de Kamer het kabinet in de motie van eind vorig expliciet heeft gevraagd de budgettaire opgave bij de aanstaande voorjaarsbesluitvorming zoveel mogelijk in te vullen met alternatieve maatregelen. Volgens Oosterhuis heeft het kabinet zodoende nog tot ongeveer 1 juni om voorstellen te wegen.
De staatssecretaris gaf aan dat hij voorzichtig was met een belofte over een tijdschema, omdat hij collega Veldhoven niet in verlegenheid wil brengen, maar voegde daar toch snel aan toe dat hij zelf een ultieme poging wil wagen om de gevraagde snelheid te maken. Hij voelt wel aan dat de afvalsector op hete kolen zit én vindt dat de sector zelf enorm hard heeft gewerkt aan haar voorzet met alternatieve maatregelen.
Afgelopen week hekelden partijen uit onder andere de plasticketen nog de voorstellen van de Werkgroep Afvalsector. Zij waarschuwden politici (en eerder al ambtenaren) voor “een stapeling van lasten, verschuiving van kosten, ongewenste materiaalsubstitutie, weglek naar het buitenland én een beperkte of geen milieuwinst”. Partijen uit de afvalsector, zoals NVRD, HVC, PreZero en Renewi, vroegen de politiek even eerder juist nog om snel met maatregelen als een heffingen op plastic verpakkingen, eenmalige bakjes en bekers en batterijen aan de slag te gaan. Aan het kabinet nu dus de schone taak om de inbreng van beide kampen (liefst snel) te wegen.